ti guarda dal Grande Inquisitor

Manon in Wenen [terug]

Opmerkingen ...

4

van Tristan <tristanfaes@...> op dinsdag 27 januari 2009 om 18:35

Dank u, Dirk, leuk om te lezen :-)

Tristan (Pelléas)

3

van Dirk Vermassen <dirk.vermassen@...> op maandag 26 januari 2009 om 20:56

Inderdaad een bijzonder mooie productie, deze Death in Venice, in alle betekenissen van het woord: van het beste dat we in jaren in de Munt gezien hebben. Alles dienstbaar aan het werk, zonder toegevoegde betekenissen, op scène gebracht met een vakmanschap dat alles alleen maar indringender maakte. Geen valse pathetiek, geen decoratief estheticisme: alles geconcentreerd op wat Britten wou overbrengen. John Clark-Hall deed het heel goed, Bostridge nog beter, natuurlijker, ingehoudener en daardoor ook sterker. Een aangrijpende belevenis, waarvan men er zich meer zou wensen.

Even indringend, zij het in een andere context: de Impressions de Pelléas door de Operastudio. Twee piano's, een stel gedreven jonge solisten, een spiegelwand, enkele rekwisieten: meer was niet nodig om Debussy's meesterwerk, in een oordeelkundig verkorte versie, op een aangrijpende manier gestalte te geven. In Oostende was de zee zichtbaar en hoorbaar aanwezig, doorheen de hoge ramen van de zaal. Deze Pelléas zal ik niet licht vergeten.

2

van Hugo <hdp@...> op vrijdag 23 januari 2009 om 19:42

Dirk, dat heb je allemaal mooi gezegd en het maakt mijn bijdrage dan ook extra kort...ik geef je voor 100 % gelijk, het is quasi perfect...oogverblindend mooi... en dan zeggen dat ik in feite "not Britten minded" ben.
Morgen ga ik terug voor Cast 1, Bostridge, alhoewel ik betwijfel of hij het beter gaat doen!

1

van Dirk Vandepitte <dirkvandepitte@...> op vrijdag 23 januari 2009 om 8:26

Ik heb gisteren Death in Venice gezien. Ik verontschuldig me bij voorbaat voor de lengte van deze bijdrage, maar in de 22 jaar waarin ik opera beleef is er geen enkel werk geweest dat me de emoties heeft bezorgd die ik gisteren heb meegemaakt.

Het is een prachtige productie van een geweldig werk. De rol van Aschenbach is gisteren gezongen en - niet minder belangrijk - geacteerd door John Clark-Hall. De vrees als zou hij minder dan Ian Bostridge de rol goed kunnen brengen is totaal ongegrond gebleken. Ik hoop dat het tegendeel niet waar is, want volgende week zie ik het werk nog eens, volgens de aankondigingen met Bostridge.

De opera is gebaseerd op de novelle van Thomas Mann, en Britten en zijn librettist zijn erin geslaagd zowat al de elementen die de novelle zo sterk maken ook in de opera te verwerken. En dat is geen eenvoudige opgave, om verschillende redenen. Ten eerste speelt een belangrijk deel van de novelle speelt zich af in de gedachten van Aschenbach, en hoe breng je dat in muziek en op een scène ? Ten tweede wisselt Aschenbach in de novelle geen enkel woord met Tadzio, zijn oogappel, en zijn familie. Ten derde is er eigenlijk maar één rol, en daarnaast een heel leger aan nevenfiguren. En verder speelt alles zich af op verschillende plaatsen, eerst in München, daarna op de boot, en tenslotte op verschillende plaatsen in Venetië. Britten heeft het onder andere opgelost door 7 figuren door één en dezelfde solist te laten vertolken. Tadzio en zijn vrienden zijn dansers.

De novelle is erg goed en de opera zelf bijzonder sterk, omdat het elementen verenigt die in weinig andere operas zo aanwezig zijn : het intellect van de schrijver, zijn waardigheid, filosofische gedachten, mysterie, melancholie, diepzinnigheid. Daar waar vele andere operas bulken van pathos is dat hier allemaal zeer gedoseerd. Niet vreemd aan dit alles is wellicht het feit dat voor Britten het einde naderde. Hij heeft met dit werk dan ook alles gedaan om zijn levenspartner Peter Pears nog een laatste keer te laten schitteren. In zijn correspondentie met de librettist geeft hij trouwens aan dat hij liefde opvat voor de figuur van Aschenbach. Wellicht is dat de reden waarom die rol zo geweldig lang is. Is er een andere opera waar een solist meer moet zingen ? Zelfs de rol van Gurnemanz is wellicht minder lang. Bovendien is de muziek bijzonder rijk.

De productie in de Munt schittert op alle vlakken : regie, orkest, solistische prestaties, koor, techniek en kostuums.

Laat ik beginnen met de regie. Het is geen eenvoudige opgave om 17 scènes vlot in elkaar te laten overgaan. Deborah Warner gebruikt eenvoudige middelen om het toneel te tekenen waarin elke scène zich afspeelt : het kerkhof (enkele kisten in de duisternis), de boot naar Venetië (de kisten worden banken en er komt een schoorsteen bij), het hotel (enkele gordijnen en planten), het strand (enkele strandhuisjes en een strandstoel voor Aschenbach), de kapperszaak (een kappersstoel), de gondelvaarten (enkele houten palen), ... Dit alles wordt aangevuld met een zeer suggestieve belichting en soms een beetje projecten. Ook de sfeer is raak gecreëerd, de melancholie overheerst meer en meer naarmate het werk vordert. De tijdskadering gebeurt geheel door de kostuums van 1911, wanneer het verhaal van Thomas Mann zich afspeelt. Aschenbach is een aristocraat, die in een stijlvol 3-delig lichtgrijs pak is gekleed. De andere figuren dragen zandkleurige of donkergrijze kostuums, en ze zijn rijk uitgedost, behalve natuurlijk de bedelares, de aardbeienverkoopster, de glasverkoper, ... Het publiek krijgt niet aleen een zeer typerend beeld te zien, het is bovendien ook nog mooi.

Het orkest is wat ongebruikelijk, met veel slagwerk, die een Balinese gamelan moet oproepen, en onder andere ook een tuba. De muziek creëert de sombere sfeer die het hele werk overdekt, maar zorgt ook voor de getormenteerde gedachten van Aschenbach zoals bij voorbeeld de spelen op het strand op het eind van het eerste bedrijf en zeker bij de droom met Apollo en Dionysos. Het slot van de opera is gewoon huiveringwekkend, in alle stilte. Blijkbaar hebben de orkestleden deze productie ook erg gesmaakt, want zij deelden achteraf uitbundig in het applaus naar de dirigent en de solisten.

De solist is John Clark-Hall. De man vertelt het verhaal, becommentarieert zijn gedachten en emoties, en heeft eigenlijk maar enkele directe interacties met andere solisten. Ik heb de CD-opname met Peter Pears, voor wie niet alleen de rol maar eigenlijk heel de opera is geschreven. Clark-Hall doet het vocaal even goed. Hij is nog wat jonger dan Pears toen was, en daardoor is zijn stem wat voller. Misschien is dat niet helemaal de bedoeling als Aschenbach als een oudere man moet worden voorgesteld, maar het klinkt geweldig. Bovendien acteert de man bijzonder goed. In het begin is hij een krachtdadige en doortastende maar stijlvolle aristocraat, maar naarmate de verliefdheid sterker wordt en nadien de ziekte hem in haar greep begint te krijgen wordt hij wankelbaar en teert hij geleidelijk aan weg. De acteerprestratie is zeer geloofwaardig. Zijn tegenspeler is Andrew Shore die de 7 rollen voor zijn rekening neemt. Ik had Shore afgelopen zomer in Bayreuth gezien als Alberich, waar hij als slechterik er toch nog in geslaagd was om het aannemelijk voor te brengen. De rollen die hij hier vertolkt vereisen telkens opnieuw een duidelijke typering in het tijdsbestek van één enkele scène, en ze zijn uiteraard veel minder complex dan die van Aschenbach. Maar de man leeft zich in elk van die rollen helemaal in. Op de boot is hij een vettige dandy, nadien een stuurse gondelier, later een gewiekste maar vleierige hotelmanager, en verder ook nog een typische kapper met een rol van intrigant die over van alles op de hoogte is, en de leider van het groepje vagebondacteurs, en ook nog Dionysos. Deze types zijn zeer verschillend, maar het gaat hem allemaal goed af. Ook hij acteert goed, in het bijzonder in de acteursrol. Bij al de andere rollen wil ik nog Wiiliam Towers vermelden, die de rol van Apollo zong. Hij incarneert de zuiverheid, en zijn contratenorstem doet dat ook heel precies.

Opera wordt soms als Gesamtkunstwerk omschreven, en dat is het hier op en top. Alles past perfect in elkaar. Na het zien van deze productie zou je denken dat Aschenbach niet een Duitser is, maar wel een Engelsman. Het is namelijk allemaal very British, en om Aschenbach te citeren : "I like that". Very much so !

Dirk