ti guarda dal Grande Inquisitor

Le roi Arthus in Parijs [terug]

Opmerkingen ...

3

van Stefan Caprasse <stefan.caprasse@...> op woensdag 17 juni 2015 om 11:19

U hebt natuurlijk het recht om zo te denken, maar ik zie niet in waarom, wat voor tenor geldt, ook niet voor bariton zou gelden. Bovendien, als men naar goeddunken begint te transponeren, waar eindigt het dan? En natuurlijk merkt het grootste deel van het publiek (waaronder waarschijnlijk vaak ik) het niet, maar is dat een excuus? Het is wel zo dat voor tenor (en ook voor bariton) de traditie verschillende hoge noten heeft ingevoerd, die de komponist niet geschreven heeft, maar waarop het publiek wel staat te wachten (bv de hoge C in "Di quella pira"). Hierover valt te discuteren of men ze al dan niet moet of mag behouden. Als ik me niet vergis zou Alfredo Krauss ooit gezegd hebben dat, als men altijd enkel zou zingen wat de komponist echt geschreven heeft, iedereen alles zou kunnen zingen...

2

van Iris <iris@...> op maandag 15 juni 2015 om 23:21

Ik heb de stream bekeken. Op klein scherm kwam deze productie best mooi over. Niet erg spannend of creatief, maar toch meeslepend. Alagna en Koch lieten mij echt in het verhaaltje geloven.
Thomas Hampson heeft mij écht prettig verrast!
Ik had hem eigenlijk al een beetje afschreven na zijn tegenvallende G. Germont, Rodrigo en Mandryka van 2013-2014. Ook zijn Strauss-CD (Notturno), waar ik toch veel van verwacht had, viel mij heel dik tegen. Deze Arthus lag hem echter perfect. Het zag er voor 1 keer eens niet als houterige over-acting uit. Het plaatje klopte en het klonk daarbij nog echt goed ook!
Het kan mij eigenlijk weinig schelen of er stukken in een bariton-partij worden getransponeerd. Wanneer er dan vanuit die extra ruimte meer ontspanning komt, en er warmte en kleur kan worden gegeven aan die passage, dan vind ik dat een verstandige keuze.
(Wanneer een tenor systematisch de moeilijkheden in de hoogtes uit de weg gaat is dat natuurlijk een heel ander verhaal. Een publiek zal dat niet lang blijven pikken).
In deze Roi Arthus ook van mij een luide BRAVO voor Philippe Jordan!

1

van Stefan Caprasse <stefan.caprasse@...> op maandag 15 juni 2015 om 15:40

Om eventjes min of meer mijn reactie van op 'Place d'Opera' te herhalen:
Ik was er op de première. Na reeds lang geleden het werk te hebben leren kennen (en zeer waarderen!) via de opname van Armin Jordan en het daarna in de Munt te hebben gezien (op Place d'Opera noemde men deze produktie 'matig', ik vond ze toch redelijk goed...) keek ik dan ook zeer uit naar deze produktie in de Parijse Opera.
Men noemde daar ook de handeling van deze opera 'aan de saaie kant' omdat er niet veel in gebeurt. Dat laatste klopt natuurlijk voor een deel, maar dat geldt even goed voor een aantal andere opera's zoals Tristan, Pelleas en zelfs Don Carlos, die allemaal OOK tot mijn lievelingsopera's behoren. Anderzijds evolueren de karakters wel heel mooi en komen er muzikaal prachtige passages in : bv de beginscene, de duo's tussen Genièvre en Lancelot (het eerste ervan is wel erg door Tristan geïnspireerd!), de verschijningsscene van Merlijn en de slotapotheose van Arthus. Ook deze opera komt dus het beste tot zijn recht in een SCENISCHE uitvoering, net als ALLE opera's (ook degene waar weinig handeling in voorkomt.
De enscenering viel mij wat tegen. Zoals men weet, heb ik niets tegen moderne ensceneringen als ze mooi en logisch zijn, maar hier had ik toch liever wat meer 'Legende van de Ronde Tafel' in gewild. Nu kwamen de hedendaagse kostuums wat gemakkelijk en sfeerloos over. Er zat natuurlijk een zekere logica om de ondergang van de Ronde Tafel voor te stellen als 'De Val van het Huis Arthus', om Edgar Allan Poe te parafraseren. Dit gebeurt dan ook letterlijk: in het eerste bedrijf wordt het huis opgetrokken, in het tweede bedrijf staat er een sofa naast (sofa's op een operatoneel: ook niet erg origineel!) en in het derde bedrijf wordt het huis neergehaald en gaat de sofa in vlammen op. Het verre beeld van een torenruine is de enige allusie op de middeleeuwen; en de hier ietwat anachronistische zwaarden, die wel eerst dienst doen als een omheining (symbool van de echtelijke trouw (het huis) beschermd door het ridderideaal (de zwaarden) ?). Daarna worden ze echter één voor één weggetrokken (de teloorgang van dat ridderideaal - en men heeft ze tenslotte ook nodig om te vechten...).
Maar inderdaad, muzikaal niets dan lof: Thomas Hampson was een schitterende, gedesillusioneerde koning, Sophie Koch een ietwat hautaine, koele (dit is niet negatief bedoeld) Genièvre. Ik had dus Roberto Alagna, die zong schitterend en speelde enorm doorleefd zijn wanhopige verscheurdheid tussen passie en plicht. Prachtig gedirigeerd en prachtig klinkend orkest. Dus, ondanks de ietwat bizarre enscenering, voor mij toch zeker een voorstelling die de moeite loonde!

Tot slot nog dit: één van de lezers van Place d'Opera beweerde dat hij gehoord had "van Franse collegae" dat Hampson "de partij flink naar beneden heeft getransponeerd of op zijn minst alle hoge G's vermeden". Als dat waar is, is dat natuurlijk minder. Ik heb het niet echt gemerkt. U soms wel?

Bij dezelfde gelegenheid heb ik toen in Parijs ook 'Die Zauberflöte' gezien in de zeer poetische enscenering van Carsen (grasveld, bomen maar ook graven en doodgravers) en een goede bezetting (oa Mauro Peter als Tamino, Jacqueline Wagner als Pamina, Ante Jerkunica (Vlaamse Opera!) als Sarastro en Jane Archibald als de Königin) En 'Macbeth' in het Theâtre des Champs Elysees in een sobere en sombere, vaag middeleeuwse produktie (bv heel expressieve heksentonelen!) en een heel expressief vervloekt koppel (Roberto Frontali en Susanna Branchini en schitterende Macduff (Jean Francois Borras) en Banquo (Andrea Mastroni).