Il Grand' Inquisitor

Konstantin Wolff in Schwarzenberg

Juliane Banse was plots ziek geworden en moest bijgevolg haar recital op de Schubertiade afzeggen. Ze werd vervangen door de bariton Konstantin Wolff en zijn pianist Trung Sam. Ze brachten een stevig Schumann-programma.

illustratieHet is best mogelijk dat de naam Konstantin Wolff vaag bekend klinkt. Hij was de afgelopen jaren namelijk in de Munt te horen in La Calisto en Frühlings Erwachen. Maar als liedzanger is het een nieuwe naam voor mij... en hij laat een zeer positieve indruk na. Hij heeft een mooie mahoniehouten klank met veel kleur en textuur, zingt met een schitterend legato en een duidelijke uitspraak. Zijn interpretatie is nooit overdreven maar trouw aan de partituur.

Hij begon lichtjes zenuwachtig (wat gezien de situatie perfect begrijpbaar is) met de Eichendorff-Liederkreis. Van meet af aan, druk hij zijn eigen stempel op de liederen. In der Fremde is een en al mezza voce. Hij slaagt erin om op die manier het publiek in zijn greep te krijgen en ook heel de tijd die spanning vast te houden. In Waldesgespräch mag hij nog wel wat meer variëren tussen de verschillende rollen. Dat mezza voce kwam nog eens terug voor een sfeervolle Mondnacht, terwijl hij Auf einer Burg groots opbouwde.

Ze sloten het eerste deel van het recital af met de liederen op gedichten van Hans Christian Andersen (Opus 40), vijf liederen die veel te weinig uitgevoerd werden. Een lied als Märzveilchen sluit muzikaal goed aan bij de wereld van Eichendorff. Vooral Muttertraum sprong eruit als hij een sinistere donkere klank aanwendt voor de even sinistere laatste strofe. Verratene Liebe is een miniatuurtje dat het vervolg van het programma aankondigt... Dichterliebe. Schumanns bekendste liedcyclus werd op een gelijkaardige eerlijke manier vertolkt met de nodige uitdrukkingskracht.

Het publiek was terecht enthousiast en kreeg nog twee toegiften, Schumanns Venezianisches Gondellied (Leis' rudern hier) en Mahlers Lob des hohen Verstandes.

's Avonds stond de obligate Winterreise op het programma. Mark Padmore is volledig het tegenovergestelde van Wolff. Hij zingt meer niet dan wel, hij heeft een piepende hoogte met verwurgde topnoten die meestal onder de toon eindigen. Er zit geen greintje kleur in zijn stem waardoor zijn "interpretatie" zich beperkt tot af en toe wat luider zingen. 't Is dat je tijdens een Winterreise moeilijk onopvallend de zaal kunt verlaten, anders was ik het na Der Lindenbaum al afgetrapt. Till Fellner zorgde voor iets te veel spektakel op de piano, zelfs met gesloten klep. Maar gelukkig dat hij er nog was zodat er toch nog iets gebeurde.

Publicatie: dinsdag 22 juni 2010 @ 9:22
Rubriek: Liedrecital