Il Grand' Inquisitor

Hänsel und Gretel in Antwerpen

Wie vorig seizoen de Zemlinksy-productie in De Munt of L'amour des trois oranges in de Vlaamse Opera gezien heeft, weet wat men kan verwachten als Andreas Homoki de regie doet van Hänsel und Gretel: kleurrijke taferelen en... dozen.

illustratie

Het resultaat is een vrolijke boel waar het publiek met een goed gevoel de operazaal verlaat. Maar dat neemt niet weg dat hier en daar wat kanttekeningen geplaatst kunnen worden.

Het decor lijkt wel een reuzegroot knip- en kleurenboek met uitklapbare bomen en huisjes. In het eerste bedrijf is alles nog grauw en grijs. Maar vanaf het tweede bedrijf in het bos wordt alles in uitbundige kleuren getekend. De engeltjes die Hans en Grietje tijdens hun slaap komen beschermen, zijn hier vervangen door een reeks clowns (alhoewel ze het als bewakers niet echt goed doen... in het begin van het derde bedrijf liggen ze even goed te slapen als de twee kinderen).

Op de premiere kampte Werner Van Mechelen, die de vader zong, al met een keelontsteking. En voor de tweede voorstelling gisteren hebben ze effectief ene Heiko Trinsinger als vervanger opgetrommeld. Beide zangers zingen de rol op gelijkaardige manier en acteren er even overdreven op los... de manier waarop ze de dronken vader spelen, is misschien nog aanvaardbaar in een parochiezaal maar in de Vlaamse Opera kan dit eigenlijk niet. Waar beide baritons verschillen, is als ze de heksenlegende vertellen. Bij Werner Van Mechelen klinkt het veel meer als een ballade, die door Loewe zou kunnen geschreven zijn, terwijl Heiko Trinsinger er meer een dramatische aria van maakt.

Hänsel werd op de premiere door Nidia Palacios gezongen, maar gisteren door Annette Stricker. Ook hier zijn de twee zangeressen bijna verwisselbaar, alleen blijkt Nidia Palacios iets meer problemen te hebben om over het orkest heen te komen. Vergelijkbare problemen heeft Natalie Karl in de rol van Grietje, maar met haar kleine gestalte en goed ingestudeerde bewegingen is ze wel een heel geloofwaardig Grietje. Alleen in de aardbei-scene van het tweede bedrijf komt hun acteerwerk wat klungelachtig over.

De moeder wordt gezongen door Irmgard Vilsmaier... een stem met Wagneriaanse dimensies, niet altijd even mooi, maar wel overtuigend in de rol. Doris Lamprecht speelt de heks met veel overgave. Als je ervan uitgaat dat een heks niet mooi hoeft te zingen en vooral hysterisch moet acteren, dan is ze de perfecte vertolkster. Xenia Konsek zong de twee aria's van het Zand- en Dauwmannetje... uiteraard ook gekleed als clown.

Maar als op het einde het Kinderkoor (de onttoverde "Kuchenkinder") verschijnt om nog even de moraal van het verhaal mee te geven, druipt de schattigheid ervan af... en vergeet je de minpuntjes van de productie.

Publicatie: vrijdag 12 december 2003 @ 19:04
Rubriek: Opera