Il Grand' Inquisitor

Melancholia in Parijs

Er is weinig bekend van het leven van de 19de-eeuwse Noorse landschapsschilder Lars Hertervig. Maar dat weerhield de Noorse schrijver Jon Fosse er niet van om een roman over hem te schrijven. Het eerste deel van die roman verwerkte hij tot een libretto dat door de Oostenrijker Georg Friedrich Haas op muziek gezet werd. De opera Melancholia werd vandaag gecreëerd in Palais Garnier.

Melancholia beschrijft slechts één klein deeltje uit het leven van de Lars 'der Spinner' Hertervig... namelijk de periode dat hij in Düsseldorf aan de kunstacademie kwam studeren, verliefd werd op Helene Winckelmann, de dochter van zijn kotmadam, en door haar nonkel op straat werd gezet. Tussendoor is er nog een scène in het café "Malkasten" waar Lars bespot wordt door zijn medestudenten.

De opera is in het Duits en bestaat uit drie bedrijven, met die herbergscène in het midden. Het is moeilijk om Haas' muziektaal te beschrijven. In het programmaboek wordt ze omschreven als "spectraal" waarbij microtonen gebruikt worden en hij zich dus niet beperkt tot de 12 gebruikelijke tonen. In het begin doet het even vreemd aan, maar heel snel werd ik opgeslokt door die mysterieuze klankwereld. Voor dit soort muziek zat het gespecialiseerde ensemble Klangforum Wien in de orkestbak, onder de leiding van Emilio Pomarico.

Het beperkte koor speelt een speciale rol. Soms geeft het commentaar, maar meestal vormen het "de gemeenschap". Vooral in het tweede bedrijf worden ze expliciet de studentengemeenschap die Lars aanzetten tot drinken. Een enkele keer verklanken ze de stemmen die door Lars hoofd spoken. Afgezien van Lars en Helene, komen de andere personnages allemaal uit deze grijze massa van het koor.

Dit wordt ook expliciet zo uitgebeeld door de regisseur Stanislas Nordey. Het koor blijft altijd op een afstand en is ook effectief in grijs gekleed, in contrast met het wit van Lars en Helene. Pas op het einde, als Lars weggestuurd wordt, krijgt Helene ook een grijze mantel omgehangen en wordt opgenomen in het koor. Lars blijft constant alleen. Zelfs de momenten dat hij samen is met Helene, lijkt zij met hem te spotten en is zijn liefde ook ingebeeld.

Emmanuel Clolus heeft een eenvoudig, maar effectief scènebeeld ontworpen. Het bestaat enkel uit drie grijze wanden, waarvan de achterste wand op het einde omhoog gaat om Lars door te laten om op die manier zijn overgang naar een andere wereld te symboliseren. In de eerste twee bedrijven is er ook nog een groot wit zeil, dat aan het begin van de opera het lege schildersdoek is waarvoor Lars zit te wachten op inspiratie... en in het tweede bedrijf een soort toog wordt waar het koor bovenuit komt kijken. Het is prachtig in zijn eenvoud.

Bij de zangers zaten allemaal onbekende namen. De bariton Otto Katzameier staat als Lars de hele tijd op de scène (de drie bedrijven duren ongeveer anderhalf uur en werden zonder pauze uitgevoerd) en hij viel op door zijn perfectie dictie. Dat geld trouwens voor alle zangers die heel idiomatisch Duits zongen en zo duidelijk klonken dat de boventiteling eigenlijk overbodig was. De sopraan Melanie Walz zong een goede Helene alhoewel ik haar stem niet echt mooi vond. Ik was wel onder de indruk van de bas Johannes Schmidt als Herr Winckelmann. Ook de contratenor Daniel Gloger en de tenor Martyn Hill maakten een goede beurt als de twee schilderstudenten Alfred en Bodom.

Dit was een van die zeldzame wereldcreaties die ik meteen opnieuw wil horen en zien...

Publicatie: maandag 9 juni 2008 @ 23:27
Rubriek: Opera