Il Grand' Inquisitor

Dialogues des Carmélites in Antwerpen

Tien jaar geleden was Poulencs Dialogues des Carmélites voor de eerste keer te zien in Amsterdam in de regie van Robert Carsen. Ik was toen zeer onder de indruk van de voorstelling en na al die jaar blijkt die tijdloze productie nog altijd te werken... ook op het veel kleinere podium van de Vlaamse Opera.

illustratie

De herschaling naar Antwerpen is ongetwijfeld mogelijk gemaakt door het feit dat er geen decor moet verbouwd worden. Het "decor" bestaat uit een grote grijze doos waar een paar meubels - de zetel van de Markies of de houten tafels en banken in het klooster - voor wat vulling zorgen.

Alhoewel het koor slechts een te verwaarlozen zangrol heeft, hebben ze wel een belangrijke rol in de enscenering. Ze zijn de dreigende volksmassa die in het begin van de opera verwijst naar de gebeurtenis waar Blanche haar chronische angst aan overgehouden heeft. Ook in de slotscène, het meest aangrijpende decrescendo uit de hele operaliteratuur, kijken ze vanop de zijlijn toe hoe de nonnen in een eenvoudige choreografie een voor een slachtoffer worden van de guillotine.

Een andere heel mooie scène is die waarbij Blanche haar angst probeert te overwinnen bij de dode oude Priores en die eindigt met een poëtisch beeld als ze het laken wegtrekt. De hele enscenering is een constant spel van licht en schaduw, zoals de schaduw van de bediende die in de eerste scène Blanche de stuipen op het lijf jaagt of de schaduw van karmelietessen die een muur vormen tijdens het "liefdesduet" tussen Blanche en haar broer.

Die scène was ook muzikaal een van de mooiste van de avond. Olga Pasichnyk kennen we vooral van haar Handel- en Mozartrollen. Met Blanche probeert ze iets anders uit, wat geen onverdeeld succes bleek te zijn. Haar lage noten projecteren slecht en haar Franse uitspraak is ook niet altijd even juist. Maar op sommige momenten, zoals die scène met haar broer, kan ze toch een gevoelige snaar raken. Haar religieuze tweelingzus Soeur Constance werd dan weer wel mooi en correct gezongen door Hendrickje Van Kerckhove.

Nadine Denize zong de oude priores Mme De Croissy. Haar stem hangt in flarden van elkaar met hier en daar nog een paar goede noten. Daardoor had haar sterfscène niet veel impact, zeker in vergelijking met Rita Gorr die tien jaar geleden deze partij in Amsterdam zong. Lyne Fortin is ook niet echt de gewenste dramatische sopraan voor Mme Lidoine, maar ze komt wel een heel eind. Haar openingsmonoloog maakte nog weinig indruk, maar als ze de karmelietessen in de gevangenis toespreekt, zingt ze wel met de nodige intensiteit.

De mannen zijn even wisselvallig, waarbij vooral de tenors goed zijn. Martial Defontaine zingt een mooie Chevalier de la Force met soms opvallende lichtheid in de hoogte. Guy De Mey was een goede aalmoezenier. Maar Christian Tréguier viel wat uit de toon met zijn kamerbreed vibrato als de Marquis de la Force.

Publicatie: zondag 9 maart 2008 @ 21:05
Rubriek: Opera