Il Grand' Inquisitor

Robert Holl in Schwarzenberg

Robert Holl is sinds mensenheugenis een vaste gast bij de Schubertiade. Dit jaar was Graham Johnson zijn partner in een volledig Schubertprogramma.

Het programma had de titel "Lieder nach Gedichten deutscher Romantiker" meegekregen... een wat lege titel, aangezien zowat alle Schubertliedprogramma's die titel zouden kunnen krijgen. Robert Holl staat niet echt bekend omwille van zijn meeslepende of opwindende liedrecitals, die zich vaak beperken tot een reeks gelijkaardige liederen. Het zijn wel altijd doorwrochte vertolkingen waarbij de muziek en de tekst centraal staan. Het is Schubert zonder franjes.

Het meest interessante kwam meteen in het begin. Het thema van het "Wanderen" werd geïllustreerd door de drie Gesänge des Harfners. Het vraagt niet veel verbeelding om in de licht voorovergebogen figuur van Robert Holl en zingend met gesloten ogen, de blinde Harfenspieler te herkennen. Het interessante was echter het feit dat de Harfnerlieder voorafgegaan werden door Der Wanderer (D489). Net zoals de Mignon-Lieder vaak aangevuld worden met Kennst du das Land, is Der Wanderer een geniale inleiding op de Goethe-gedichten. Opvallend was dat Robert Holl op het einde de hoge optie koos. Ik verkies meestal de lage noot op het einde, maar in dit geval werd die "dort ist dat Glück" een uitdrukking van extatische hoop.

Het middendeel van het recital bestond uit natuurliederen, opgebouwd rondom selecties uit de Abendröte-cyclus. Het recital eindigde met liederen rond de dood met een hoogst indrukwekkende Totengräbers Heimwehe als afsluiter. Na die donkere liederen moet je uiteraard geen Musensohn als bisnummer verwachten. Ook hiervoor hebben ze gegrasduint in minder bekend repertoire en kwamen ze uit bij de Novalis-tekst Nachthymne, dat gelukkig nog gevolgd werd door Nachtviolen om niet geheel gedeprimeerd de Oostenrijkse regen ingestuurd te worden.

Publicatie: donderdag 30 augustus 2007 @ 9:53
Rubriek: Liedrecital