Il Grand' Inquisitor

Simon Boccanegra in Amsterdam

Amper twee weken na de Simon Boccanegra in Parijs, was het de beurt aan De Nederlandse Opera om hun interpretatie te gaan bekijken en beluisteren... een vergelijking is onvermijdelijk. In tegenstelling tot Parijs, waar de productie door een operadebutant op poten gezet werd, hebben ze in Amsterdam beroep gedaan op Peter Mussbach.

illustratiePeter Mussbach laat alles afspelen in een eenheidsdecor - van Erich Wonder - een naar rechts afhellend vlak met daarop een aantal dwarse muren waardoor kamertjes gecreëerd worden. Een bijkomend idee van Mussbach is om de dode Maria Fiesco af en toe traag over het podium te laten wandelen, wat eigenlijk niet veel bijdraagt. Met één uitzondering... het biedt de mogelijkheid om Boccanegra op het einde op een waardige manier te laten sterven. Hij volgt haar letterlijk in de dood en wandelt traag het podium af. Dit in tegenstelling tot de Simons-versie waar Boccanegra als een omgehakte boom omvervalt. Ook met het koor wordt intelligent omgegaan. Ze doen tenminste iets en lijken toch op een bedachte manier over de scène te bewegen. Ze moeten dat wel doen in een "typische" knettergekke Mussbach-outfit.

Op kwalitatief vlak was de bezetting sterk vergelijkbaar met die van Parijs, alhoewel ik toch de Amsterdamse bezetting verkies. In de eerste plaats omwille van Andrzej Dobber als de Doge. Na zijn schitterende Rigoletto twee maanden geleden, had ik hoge verwachtingen voor zijn Boccanegra. En die werden zonder problemen ingelost... volledig. Dobber komt heel dicht in de buurt van mijn ideaalbeeld van wat een Verdi-bariton moet zijn. Hij heeft een sterk hoog register, dat naadloos aansluit bij de rest van zijn stem. Hij heeft een groot dynamisch bereik van een imposante uitbarsting tijdens de Raadkamerscène tot de meest ontroerende mezza voce tijdens de herkenningsscène. Daarenboven weet hij ook nog eens hoe hij met de tekst moet omgaan. Dit laatste werd pakkend geïllustreerd als hij tijdens de Proloog - dan al ! - aan Fiesco verteld dat zijn dochter verdwenen is.

Angela Marambio was ook een heel goede Amelia. Ze had wel wat last van opwarmingsfoutjes. Wat natuurlijk wel spijtig is aangezien haar grote aria meteen in het begin komt. Maar nadien was alles onder controle. Roberto Covatta was maar derde keus voor de rol van Gabriele Adorno. Aanvankelijk was hiervoor Marius Brenciu voorzien, maar die werd later vervangen door Alfredo Portilla. Maar na de eerste reeks voorstellingen moest hij ook afzeggen wegens "een hardnekkige keelaandoening" en kregen we Covatta. Hij heeft weliswaar het potentieel voor de rol, maar intonatie is niet zijn sterkste kant... na de pauze zong hij wel iets minder naast de toon. Tenslotte was er Roberto Scandiuzzi in de rol van Jacopo Fiesco. Hij heeft een grote stem, maar ze is nogal wollig en heeft geen duidelijk afgelijnde kern... waardoor zijn Fiesco enigszins vaag bleef.

Als ze nu Stefano Secco voor Adorno en Ferruccio Furlanetto voor Fiesco zouden gehad hebben, dan zou het een haast onovertrefbare bezetting geweest zijn.

Publicatie: zondag 21 mei 2006 @ 21:07
Rubriek: Opera