Il Grand' Inquisitor

Wolgang Holzmair - Schubert Schiller-Lieder

Het is de laatste tijd redelijk stil rond de Oostenrijkse bariton Wolfgang Holzmair. Het is onder andere al meer dan vijf jaar geleden dat hij nog eens een recital in België gegeven heeft. Maar af en toe verschijnen er gelukkig nog eens opnamen van deze - hoofdzakelijk - liedzanger.

illustratieSinds begin de jaren 1990 maakt hij CD's met Schubertliederen op het Zwitserse label Tudor. Hij wordt daarbij telkens begeleid door Gérard Wyss, in tegenstelling tot zijn Philips-opnamen waar het meestal Imogen Cooper is die aan de piano zit. Deze Schubert-CD's zijn telkens gegroepeerd rond een bepaalde dichter (Mayrhofer, Goethe) of een groep bevriende dichters. Op zijn meest recente opname staat Schiller centraal.

Schiller is een dichter die vooral de jonge Schubert aansprak. De grote meerderheid van de 32 Schiller-liederen (waarvan een aantal in verschillende versies) schreef hij toen hij tussen 14 en 20 jaar oud was. Schiller is onder andere bekend - of zelfs berucht - omwille van een aantal lange ballades die Schubert getoonzet heeft. Eén daarvan, Die Bürgschaft, opent deze CD. En daarmee toont Holzmair zo ongeveer alles wat hij in zijn mars heeft.

Het half gefluisterd openingsrecitatief klinkt onheilspellend en deed me meteen op het puntje van mijn stoel zitten om het verhaal van Möros te volgen. Holzmairs uitspraak is uiteraard glashelder en voor de rest gebruikt hij een heel breed palet aan uitdrukkingmogelijkheden. Als hij de koning smeekt - "Ich bin zu sterben bereit" - om hem drie dagen uitstel te geven om zijn zuster uit te huwelijken en daarbij zijn vriend als onderpand geeft - "Ihn magst du erwürgen" - zingt hij dat met zacht smekend legato. En dat "erwürgen" klinkt verrassend teder. Het antwoord van de koning is dan weer sinister. Als Möros zijn vriend het bericht brengt klinkt hij zelfverzekerd, kwestie dat hij zich niet ongerust hoeft te maken en dat hij zeker terugkomt.

Na een lieflijk pianotussenstukje dat het huwelijk evoceert, barst een regenbui los die alle wegen en bruggen wegspoelt. Wanhopig om over de rivier te geraken, klinkt Holzmair onverwacht hees in de hoogte... in tegenstelling tot zijn vroegere lichte en gemakkelijke, haast tenorale, hoogte. Maar het verhaal gaat verder. De verteller klinkt enigszins onzeker over hoe het gaat aflopen als Möros zich in de rivier stort. Eenmaal de rivier overwonnen, wordt hij in het woud besprongen door rovers, die hij met robuuste toon verslaat. De daarop volgende zwoele pianoklanken tonen een hete zon, terwijl Holzmair het ontroerende gebed zingt. Maar de vermoeiing verdwijnt als een klaterend riviertje hoorbaar wordt. Met een lichte kopstem laaft hij zijn dorst. Het is een mooi effect, maar ik vraag me af in hoeverre deze ijle klanken in een zaal hoorbaar zouden zijn.

Als hij twee wandelaars hoort zeggen dat zijn vriend op het punt staat om geëxecuteerd te worden, slaat de angst hem om het hart. Ook Philostratus' raad om terug naar huis te keren omdat hij toch te laat is, slaat hij in de wind. Vastberaden spoedt hij zich verder... "So soll mich der Tod mit ihm vereinen". Hij is net op tijd terug en de koning is zo ontroerd dat hij hen vrij laat. Dat was track 1... en wat mij betreft meteen het beste van de hele CD.

Daarna komt een strofisch rustpunt met Die vier Weltalter, waarvan hij zeven van de twaalf mogelijke strofen zingt. Voor het dramatische Gruppe aus dem Tartarus heeft Holzmair onvoldoende vocaal gewicht om de fortissimo "Ewigkeit"-sectie recht te doen. Hektors Abschied is vooral bekend als een duet. Holzmair zingt hier zowel de rol van Andromache die ongerust is omdat Hektor ten strijde trekt, als Hektor zelf, die haar probeert gerust te stellen. Vooral het einde, waarbij plots versnellen en dan aarzelend vertragen het eigenlijke afscheid uitdrukt, is prachtig uitgevoerd. Net zoals Gruppe aus dem Tartarus klinkt Dithyrambe wat te licht. Maar Die Götter Griechenlands ligt mooi in het midden van zijn stem en Holzmair geeft dan ook een rustige, contemplatieve uitvoering van dit lied met een aangrijpend "Schöne Welt, wo bist du". Daarmee eindigt het eerste thematische deel van de CD, gebaseerd op thema's uit de klassieke oudheid.

In het tweede deel zijn een negental liederen verzameld, die ik niet allemaal even boeiend vind (alhoewel dat hoofdzakelijk aan Schubert ligt, die nog niet op het toppunt van zijn kunnen was toen hij ze componeerde). Liederen die er wel uitspringen zijn bijvoorbeeld Der Pilgrim, waarbij weer het slot opvalt omwille van de klemtonen die Holzmair legt op "Und das Dort is niemals hier". Der Alpenjäger is weer een vertellende ballade in drie delen. Het eerste deel bestaat uit de dialoog tussen moeder en zoon. De zoon wil de bergen intrekken (de lokkende hoorns hadden iets meer tot uiting mogen komen in de piano). In het tweede deel jaagt de knaap op een "gazelle". Dankzij Holzmair zie je hem met op elkaar geklemde tanden over de rotsen klauteren om zijn prooi bij te houden. In het laatste deel verschijnt de berggeest die het opgejaagde dier beschermt en de knaap terechtwijst, waarna hij met gebogen hoofd afdruipt. Sehnsucht is ongeveer het meest bekende Schiller-Lied en daarmee zijn we ook terug bij de klankwereld van Die Bürgschaft.

Het is niet Holzmairs beste CD en zijn grenzen zijn iets te hoorbaar geworden, maar omwille van Die Bürgschaft alleen al vind ik deze CD wel de moeite waard.

Publicatie: zaterdag 15 april 2006 @ 11:10
Rubriek: CD's