Il Grand' Inquisitor

Thomas Allen in De Munt

Het recital van Thomas Allen is - na die van José Van Dam en Dmitri Hvorostovsky - het derde recital op rij van een bariton, op evenveel weken. Globaal genomen was dit het meest bevredigende van de drie.

Net zoals Van Dam, is Thomas Allen ook al voorbij de 60 en dat is ook merkbaar aan zijn stem. Ze klinkt niet altijd even glad, maar hij weet wel perfect waar zijn beperkingen liggen en hoe hij daarmee om moet gaan. Op een intelligente manier sluit hij compromissen door hier een noot maar even aan te raken, daar wat meer op de tekst te leunen of soms wat legato op te offeren, maar telkens sluit het aan bij de interpretatieve en expressieve krijtlijnen die hij voor zichzelf uitgezet heeft. Het is vergelijkbaar met de manier waarop Lotte Lehmann op het einde van haar carrière - voor zo ver dat kan beoordeeld worden van opnames - toch nog ongelooflijk ontroerende recitals kon geven dankzij "making a virtue out of necessity".

Ontroering was er ook volop als Thomas Allen, samen met de pianist Malcolm Martineau, Schumanns Dichterliebe zong. Het is een heel aangrijpende en in-trieste vertolking geworden, die - gezien Allens leeftijd - meer lijkt op de oudere dichter met het gebroken hart die terugblikt op zijn leven. De perfecte illustratie van hoe hij met de liederen omgaat, is "Ein Jüngling liebt ein Mädchen". Vaak wordt dit als een ontspannen intermezzo gebracht, maar niet bij Thomas Allen. Hij begint weliswaar ook op een vertellende manier het verhaaltje te vertellen... tot hij plots doorheeft dat de conclusie van het lied ook op hem van toepassing is. De uitdrukking die hij daarvoor gebruikt, maakt haarscherp de onderliggende pijn van Heines poëzie duidelijk. Heel de cyclus lang is er in elk lied wel een onverwachte wending waarop hij inspeelt... en dan vergeet je gewoon dat zijn stem niet meer klinkt zoals twintig jaar geleden.

Na de pauze kwam het Franse repertoire aan de beurt met eerst L'Horizon chimérique, Faurés laatste liedcyclus. Met prachtig en duidelijk Frans staart hij in het eerste lied "La mer est infinie" naar de woeste zee, terwijl Malcolm Martineau de meeuwen die rond zijn hoofd vliegen, laat horen. Het is trouwens vooral Martineau die schittert in deze cyclus met ook het stampen en rollen van de boot in "Je me suis embarqué" of de evocatie van de sterrrenhemel in "Diane, Séléné".

Wie verleden week Hvorostovsky gehoord heeft in Duparc weet hoe het niet moet. Als Thomas Allen ongeveer dezelfde liederen zingt, dan is dat een wereld van verschil. L'invitation au voyage klinkt plechtstatig. Lamento is pure sereniteit, waarna hij in Soupir de juiste aangrijpende toon treft. La manoir de Rosamonde is tenslotte een echte meeslepende ballade. Het lijkt allemaal zo simpel als je het op deze manier hoort.

Hij besloot met vier Old American Songs van Aaron Copland... van een mooi en o zo eenvoudig Simple gifts tot een indrukwekkende The boatmen's dance. Er volgden nog twee bisnummers - Don Giovanni's Serenade en Schumanns Du bist wie eine Blume - om het geslaagde recital van Sir Thomas te beëindigen.

Publicatie: vrijdag 7 april 2006 @ 7:35
Rubriek: Liedrecital