Il Grand' Inquisitor

Les Troyens in Duisburg/Düsseldorf

De Deutsche Oper am Rhein bespeelt, enigszins vergelijkbaar met de Vlaamse Opera, twee huizen. De operahuizen van Duisburg en Düsseldorf wisselen producties uit, maar hebben bijvoorbeeld wel nog hun eigen orkest. Voor Berlioz' Les Troyens wordt echter op een andere manier met deze scheiding omgegaan. Het eerste deel La prise de Troie wordt 's namiddags opgevoerd in Duisburg en voor Les Troyens à Carthage verhuist iedereen naar Düsseldorf voor de avondvoorstelling.

illustratie

De regie is in handen van Christof Loy, ook in De Munt bekend van een aantal minder geslaagde producties... en zijn "Trojaner" is er ook zo één.

Het eerste deel werkt nog het beste. Het paleis van Cassandre in Troje heeft erg veel schade ondervonden door de oorlogen, maar toch loopt het nog vol met toeristen die de "pracht" van het paleis komen bewonderen. Daartussen zien we Cassandre in een wit kleed wanhopig worden omwille van haar profetieën. Voor het tweede bedrijf wordt heel het podium een paar meter omhoog getrokken. Een verdiep lager zijn de slaapkwartieren van de Trojaanse soldaten, waar Cassandre en de andere vrouwen massaal zelfmoord plegen door vergassing.

In Carthago ziet Didon er niet echt koninklijk uit. In haar mantelpakje lijkt ze eerder een CEO die vanop een spreekgestoelte haar onderdanen toespreekt. Maar het is met de stoet van handwerkslieden in het derde bedrijf dat Christof Loy voor het eerst echt de pedalen verliest. Er komen wel degelijk allerlei mensen op het podium om geschenken in ontvangst te nemen, maar dat gebeurt onder luid applaus van het koor, waardoor de muziek zo goed als onhoorbaar wordt... ze hadden net zo goed heel die scène kunnen knippen. Het paleis van Didon in het vierde bedrijf ziet eruit als een buitenverblijf in Hengelhoef uit de jaren '50 waar Didon en haar getrouwen aan "team building" doen. Het gedrag van de Trojanen is trouwens helemaal onbetamelijk in Carthago. Zeven jaar rondzwerven op zoek naar Italië heeft ze blijkbaar tot barbaren gemaakt. Je vraagt je dan ook af waarom Carthago treurt als deze bende krapuul in het vijfde bedrijf het eindelijk aftrapt. Het vijfde bedrijf is weer een vergelijkbare slaapzaal als waarmee het Troje-deel eindigde... In deze slaapzaal wordt effectief een brandstapel gemaakt, wat ongetwijfeld meer slachtoffers zal maken dan enkel Didon.

illustratie

Ik heb lang getwijfeld of ik deze productie wel zou gaan bekijken, vooral omwille van de aanwezigheid van Albert Bonnema in de bezetting, die verleden jaar nog Peter Grimes in de vernieling gezongen heeft. Mijn ergste vrees werd bewaarheid... met Enée doet hij hetzelfde. Hij is een heroïsche bruller, die slechts bij toeval de juiste noten zingt. Zijn stem klinkt staalhard, maar heeft totaal geen glans, laat staan enige schoonheid. Zijn grote aria "Inutiles regrets" is een absoluut dieptepunt.

Zijn twee tegenspeelsters waren gelukkig een stuk beter (kan ook moeilijk anders). Voor Cassandre was Evelyn Herlitzius voorzien, maar zij was ziek en werd vervangen door Danielle Bouthillon. Uit de aankondiging concludeer ik dat ze de "understudy" van Antonacci was toen ze deze opera tijdens het Berlioz-jaar in de Châtelet opgevoerd hebben (een schitterende productie die trouwens op DVD beschikbaar is). Haar acteerwerk was niet altijd even verfijnd, maar als je in een Loy-productie gegooid wordt, is dat te begrijpen. Ze zingt een mooie Cassandre, maar haar Frans is wel niet altijd even goed verstaanbaar. Didon werd gezongen door Jeanne Piland. Haar hoogtepunt is haar grote slotaria "Je vais mourir", waarvoor ze alles opspaart. Voordien wisselde ze soms tussen zingen en declameren.

Bij de iets kleinere rollen vielen de Chorèbe van Bruno Balmelli (beste Frans van de avond, maar wat monochroom), de Anna van Katarzyna Kuncio en vooral de Narbal van Thorsten Grümbel op. Op Bonnema na, was het best wel een behoorlijke bezetting.

Publicatie: maandag 21 november 2005 @ 11:25
Rubriek: Opera