Il Grand' Inquisitor

Sarah Connolly en Dietrich Henschel in het PSK

Het eerste deel van het concert van het Orchestre des Champs-Elysées onder leiding van Philippe Herreweghe stond in het teken van Mahler. De "sopraan" - ze klinkt volgens mij meer als een mezzo - Sarah Connolly en de bariton Dietrich Henschel zongen een aantal Lieder aus Des Knaben Wunderhorn.

De twee zangers konden niet meer verschillend zijn. Aan de ene kant heb je Dietrich Henschel die zich in zijn typische stijl doorheen de liederen worstelt en ze daarbij ook mee-leeft. Aan de andere kant heb je Sarah Connolly die een reeks noten zingt, waarbij ik nooit enige betrokkenheid voelde. Connolly zong met de partituur, Henschel zong zonder partituur. Dietrich Henschel had ongeveer anderhalf lied nodig om opgewarmd te geraken en/of om zijn stem aan te passen aan de akoestiek van de zaal. Sarah Connolly kwam amper boven het orkest uit.

Het zal duidelijk zijn dat Henschel mij een stuk beter beviel, ook al was zijn uitvoering verre van foutloos. Hij werpt zich op een baldadige manier op de hoge noten - bijvoorbeeld in Lied des Verfolgten im Turm - en dan verbaast het niet echt dat door al dat geweld zijn stem plots kraakt. Henschels mooiste momenten waren Wo die schönen Trompeten blasen en zijn opslorpende vertolking van Revelge. In tegenstelling daarmee was Connolly een stuk bleker en zonder risico's, en daardoor ook een stuk minder spannend. Op interpretatief vlak gebeurde er niets... zelfs bij Rheinlegendchen ontbrak het aan charme. Enkel voor het slotlied Urlicht kon ze me in het begin even mijn oren doen spitsen.

Na de pauze zou Bruckners "Vierde Symfonie" opgevoerd worden...

Publicatie: woensdag 12 oktober 2005 @ 22:36
Rubriek: Concert