Il Grand' Inquisitor

Thyeste in De Munt

De Munt begint haar seizoen met een wereldcreatie, Thyeste van Jan van Vlijmen op een Franstalige libretto van Hugo Claus. De opera behandelt het verhaal van Atreus die zich wil wreken op zijn broer Thyestes en daarom diens kinderen vermoordt, ze laat bereiden en ze hem dan als diner voorschotelt.

Dit gruwelijk gegeven vormt de kern van het derde en vierde bedrijf. De eerste twee bedrijven tonen Tantalus (de grootvader van Atreus en Thystes) als inleiding en Atreus die zijn wraakplannen smeedt. Deze eerste helft vond ik minder geslaagd, ook muzikaal. Het was zo'n moment dat je na een uur op je horloge begint te kijken en ontdekt dat er nog maar een kwartier voorbij is. De volledige opera duurt trouwens ongeveer 1u45 en wordt zonder pauze gegeven. Dus wat mij betreft hadden ze die twee eerste bedrijven gerust mogen comprimeren. Maar misschien dat die tijd nodig is om onze oren te klimatiseren aan het klankidioom van Jan van Vlijmen... want tegen dat de opera halfweg was, was ik helemaal mee met de muziek en het verhaal. Zijn muziek is niet echt lyrisch. De zangers staan bijvoorbeeld constant intervallen te zingen waar geen samenhang in te herkennen valt... ik vermoed dat musicologen er waarschijnlijk wel een opwindende en boeiende logica in terugvinden.

illustratie

Zoals gezegd, komt de opera pas echt op gang als een Boodschapper - goed gezongen door Nabil Suliman - komt vertellen dat hij getuige was van de drievoudige moord. Hij vertelt dit trouwens aan het koor dat o.a. elke bedrijf afsluit en een en ander becommentarieert als een Grieks koor, maar niet echt deelneemt aan de actie. De titelrol werd vertolkt door Dale Duesing, zonder veel variatie en met zijn karakteristiek geroep in de hoogte. John Daszak zet de meest indrukwekkende prestatie neer als Atrée.

De visuele kant van het spektakel beviel me grotendeels ook. Het decor bestaat uit gebogen lamellen, waardoor het lijkt alsof alles zich afspeelt binnen in een grote ton. Op het moment dat Thyestes het duo-koningschap aanvaardt van Atreus, schuiven bijkomende houten elementen naar voor om de kop van een ram te vormen. Dit beeld verdwijnt op het moment dat Thyestes hoort dat hij net zijn eigen kinderen opgegeten heeft.

De regisseur Gerardjan Rijnders maakt van de voorstelling een gesloten cirkel. De opera begint met het koor en de protagonisten die op de grond liggen met hun rug naar het publiek. Op het einde van de voorstelling nemen ze terug deze positie in. Dit idee werd waarschijnlijk ingegeven door het slotkoor "Ce fut ainsi. Et ce ne sera pas autrement."

De centrale scène met de Boodschapper werd opvallend terughoudend geregisseerd. In de regie-aanduidingen in het libretto staat dat men de moorden uitgebeeld ziet. Dit is essentieel om de rest van het verhaal te begrijpen - ik vind in het algemeen dat de regisseur ervan uit moet gaan dat het publiek niet eerst allerlei synopses of artikels moet lezen - maar Gerardjan Rijnders negeert dit "detail". Bij elke moord haalt de Boodschapper een gebroken stuk speelgoed uit zijn rugzak... een stuk speelgoed (een bal, een vlieger en een ballon), dat we eerder in de handen van de kinderen gezien hebben. Niet dat ik Grand Guignol-toestanden wil zien, maar deze metaforische uitbeelding vond ik veel te zwak.

Alles bij elkaar vond ik het wel een geslaagde voorstelling, afgezien van het iets te langdradige en trage begin en die ene sleutelscène.

Publicatie: vrijdag 30 september 2005 @ 17:37
Rubriek: Opera