Il Grand' Inquisitor

Lucio Silla in Winterthur

Ten noordoosten van Zürich ligt het rustige stadje Winterthur, amper 20 minuten met de S-Bahn verwijderd van het centrum van Zürich. De opera van Zürich voert er ook voorstellingen op in het Theater am Stadtgarten. Dit seizoen is dat Lucio Silla van Johann Christian Bach. Bach schreef de opera in 1774, twee jaar nadat de nog jonge Mozart op hetzelfde libretto "zijn" Lucio Silla gecomponeerd had.

Het is een van die typische opera seria-verhalen die je drie keer moet lezen vooraleer je ze begrijpt, maar tijdens de voorstelling valt alles logisch op zijn plaats. De opera vertelt de geschiedenis van de Romeinse dictator Lucio Silla, die Giunia tot zijn vrouw wil maken. Maar zij is verloofd met Cecilio (een castraatpartij), tot Silla hem verbannen heeft en dan het gerucht verspreid heeft dat Cecilio dood is. Silla had eerder al Giunia's vader vermoord om zo op de troon te komen... hetgeen hem ook niet echt populairder maakte bij Giunia. Verder is er nog Celia, Silla's zuster, die een oogje heeft op Lucio Cinna. Hij is een politieke tegenstrever van Silla en wil hem uit de weg ruimen. Na een mislukte aanslag, smijt Silla iedereen in de kerker. Maar, ontroerd door Giunia's standvastige liefde voor Cecilio, vergeeft hij iedereen, laat Giunia met Cecilio, en Celia met Cinna trouwen, en doet zelf troonsafstand om de macht terug te geven aan de Romeinse Senaat.

De voorstelling in Winterthur was een sterk gecoupeerde versie... volgens de inleiding voor de voorstelling was ongeveer een derde gesneuveld. De opera werd daardoor een stuk compacter, maar de verhaallijn bleef toch duidelijk. Ik had de indruk dat vooral de rol van Cecilio sterk ingekort was. De partijen voor Silla en Giunia leken me daardoor de grootste rollen te zijn met de meest interessante aria's.

Ik weet niet of het toeval is, maar deze twee rollen waren ook het best bezet. Bernard Richter is in onze contreien vooral bekend omwille van zijn Offenbachwerk met Minkowski. Hij heeft een typische Mozarttenor, waarmee hij ook de dramatischere trekken van Lucio Silla in de verf kan zetten. De sopraan Julia Kleiter is een prachtige Giunia, die voor de mooiste vocale momenten zorgde. De hoge sopraan Sen Guo zong een wat bleke Cecilio. Sandra Trattnigg (nóg een sopraan) heeft maar een relatief kleine rol als Celia, maar zingt de partij wel mooi en - op een paar schoonheidsfoutjes na - ook correct.

De regie was van Dieter Kaegi... bij ons vooral bekend van zijn producties in Luik (de meest recente waren I masnadieri en Guillaume Tell). Echt samenhangend vond ik zijn enscenering niet. De meeste scènes stonden vol stoelen en tafels, een paar Romeinse soldaten zorgen voor de historische toets, er worden regelmatig revolvers getrokken, de mannen dragen lederen jassen of hedendaagse kostuums... en op het einde trekt Silla een vliegeniersvest aan en stapt naar zijn vliegtuig (!) op zoek naar nieuwe avonturen. Het zal duidelijk zijn dat Kaegi de opera niet in het antieke Rome laat afspelen.

Desalniettemin zijn er toch een paar goede vondsten of mooie scènes. Een van die vondsten is om tijdens de ouverture, de zangers onder hun naam met omschrijving te laten staan, waardoor je meteen weet wie, wie is en hoe hun onderlinge relaties zijn. Ook de aanwezigheid van drie danskoppels zorgde voor de nodige sfeer.

Het mooiste moment was de kerkhofscène als Giunia het graf van haar vader gaat bezoeken en daar de doodgewaande Cecilio ontmoet. Ze betreedt het kerkhof via een tunnel met veel tegenlicht, waardoor donkere, afgelijnde schaduwen ontstaan wat voor een onheilspellende, mysterieuze sfeer zorgt... wat nog verstrekt wordt als het koor van opzij in de zaal zingt:

Fuor di queste urne dolente
Deh n'uscite alme onorate,
E sdegnose vendicate
La romana libertà.

Ook muzikaal is dit een sterke scène en doet Kaegi's zwakkere momenten vergeten...

Publicatie: dinsdag 13 september 2005 @ 18:54
Rubriek: Opera