Il Grand' Inquisitor

La Boheme in De Munt

Buiten worden we geteisterd door een miezerig herfstweer, maar in De Munt probeert Christof Loy toch een koud hedendaags Parijs te suggereren, en laat het bijvoorbeeld sneeuwen tijdens het derde bedrijf van Puccini's La Boheme.

Afgezien van de nodeloze tijdsverplaatsing naar de twintigste eeuw, volgt Loy redelijk het boekje. Het eerste en laatste bedrijf spelen zich af in een studentenkamer met links een piano en rechts een washoek en keuken. Voor het laatste bedrijf is de keukenkast wel verdwenen, net als een aantal andere accessoires - zoals het douchegordijn en de spiegel - die misschien bij een pandjesbaas liggen. Het tweede bedrijf is een sfeervol "Café Momus", dat onaangename herinneringen oproept aan Tatyana's verjaardagsfeest, toen Loy een poging ondernomen had om Yevgenij Onegin te ensceneren. De "Barrière d'Enfer" is hetzelfde decor, maar dan zonder de tafels. Er zijn nergens grote verrassingen, alleen weet Loy niet wat hij moet aanvangen met het dollen van de vier bohémiens tijdens het laatste bedrijf en laat het dan maar ontaarden in een gevecht dat eindigt met een kussengevecht.

De Munt voert de opera dagelijks op en heeft daarvoor twee bezettingen klaar staan. Beide bezettingen zijn aan elkaar gewaagd voor wat de twee hoofdrollen betreft en alhoewel de stemmen sterk verschillen werkt de combinatie zeer mooi. Voor de kleinere rollen geniet de eerste bezetting een kleine voorkeur.

In de eerste bezetting worden Mimi en Rodolfo gezongen door Rossella Ragatzu en Marco Berti. Berti viel verleden jaar al op omwille van zijn stijlvolle MacDuff. Hij is een oer-Italiaanse tenor met massa's squillo en een stem die zowel qua timbre als qua frasering doet denken aan Pavarotti. Alleen in de piano-passages, zoals aan het begin van "Che gelida manina", heeft hij wat problemen. Maar voor de rest is het een stralende stem. Ragatzu zingt een vocaal indrukwekkende Mimi... alhoewel Mimi eerder moet ontroeren en daar slaagt ze niet echt in. Haar vibrato begint ook in de verkeerde richting te evolueren.

Tatiana Lisnic en Rolando Villazon is het - totaal verschillend - koppel van de tweede bezetting. Lisnic is een veel frêlere Mimi met een lichtere stem en misschien net daardoor ontroert zij wel. Villazon is een prachtige lyrische Rodolfo met een schitterend legato. Hij heeft meer de stem die je voor Rodolfo zou verwachten.

Het tweede koppel wordt gevormd door Marcello en Musetta. Peter Mattei zingt weer in zijn typische aggressieve stijl voor de eerste bezetting, in tegenstelling tot de rustigere, maar wat kleurlozere Earle Patriarco. De Musetta van Giselle Allen steekt kop en schouders uit boven die van Anne-Catherine Gillet. De eerste loopt over van de sensualiteit, terwijl Gillet al de moeite van de wereld doet om toch maar een stevig geluid te produceren en daarbij haar lichte stem over de grens duwt...

De eerste reeks vertoningen werden geleid door Antonio Pappano. Alhoewel er op de tweede dirigent, Daniele Callegari, niet echt iets op aan te merken valt en hij toch hetzelfde orkest dirigeert, "voelt" het toch anders aan. Al is het maar omdat Pappano erin slaagt om de emoties al los te weken tijdens bijvoorbeeld de orkestrale inleiding op "O Mimi, tu più non torni".

Publicatie: vrijdag 27 december 2002 @ 12:25
Rubriek: Opera