Il Grand' Inquisitor

Pikovaya Dama in Parijs

De voorstelling van Pikovaya Dama in de Bastille wankelt omwille van een "conceptuele" regie maar blijft wel overeind dankzij een sterke vocale bezetting. De regisseur Lev Dodin plaatst de opera in een gekkenhuis omdat hij blijkbaar liever Pushkin wil dienen dan Tchaikovsky... bij Pushkin wordt Hermann gek, Tchaikovsky laat hem zelfmoord plegen. Op zich is er niets mis met dat uitgangspunt, al is het ook niet echt origineel. De productie is trouwens een herneming uit 1999 en heeft daarvoor ook nog in Amsterdam gestaan.

De voorstelling begint met een lege scène met een ziekenbed waarin Hermann ligt. Alles wat volgt, wordt voorgesteld als een reeks flash-backs met Hermanns herinneringen. Lev Dodin heeft uiteraard ook een aangepaste synopsis geschreven om zijn concept te laten kloppen met de opera (of omgekeerd). Voor sommige scènes werkt dit wel. Ik denk bijvoorbeeld aan de openingsscène in het park van St-Petersburg, of aan de scène met de Gravin als ze - gekleed als een verpleegster - Hermann het geheim van de drie kaarten komt influisteren. Maar voor andere scènes wringt het, zoals de balscène, of de huiselijke scène met Lisa en Pauline waar Hermann eigenlijk niet aanwezig is en het dus ook geen deel kan uitmaken van zijn herinneringen. Alles kan natuurlijk verklaard worden door het als zijn fantasie te beschouwen, maar dat is wat al te gemakkelijk.

Het wordt pas echt problematisch als er ook muzikaal moet ingegrepen worden. Ik had soms de indruk dat de boventiteling creatief gebruikt werd om een ander passend te "vertalen"... ik weet uiteraard niet of de zangers ook effectief andere woorden in het Russisch zongen dan normaal. Om een of andere onduidelijke reden begint de opera ook met de muziek van de kanaalscène uit het derde bedrijf, maar dan zonder de zang van Lisa, als een pre-ouverture voor de eigenlijke ouverture.

Ook met het pastoraal intermezzo tijdens de balscène werd wat gerommeld. Voor de meerderheid van het publiek zullen de parallellen tussen het verhaaltje van Chloë, die moet kiezen tussen de oprechte Daphnis en de rijke Pluto, en de geschiedenis van Hermann wel duidelijk zijn. Maar Dodin gelooft waarschijnlijk niet in de intelligentie van een gemiddeld operapubliek en dus wil hij het wat explicieter maken... en dus zingt Hermann de rol van Chloë (!), Lisa zingt de rol van Daphnis en Pluto wordt gezongen door... de Gravin. Het is vermoedelijk omwille van dergelijke ingrepen dat de dirigent Gennadi Rozhdestvensky een deel boegeroep over zich heengekregen heeft, aangezien hij zijn taak van "verdediger van de componist" niet naar behoren vervuld heeft.

Maar veel - om niet te zeggen alles - werd goedgemaakt door de zangers. Hermann is zowat het visitekaartje van Vladimir Galuzin. Hij heeft de rol al over heel de wereld gezongen - zelfs in Luik - en zijn vertolking is puur genot. Onvermoeibaar vult zijn stem de zaal van de Bastille. Geen enkele nuance in het karakter van Hermann blijft onaangeroerd, ondanks de soms ongelukkige relatie met de andere zangers in deze productie. Hasmik Papian zingt een geëngageerde Lisa met veel stem, die constant mooi klinkt maar met veel minder variatie dan Galuzin, waardoor ze soms wat eentonig wordt. De Franse bariton Ludovic Tézier zong de rol van Hermanns riviaal Yeletski. Ik vind zijn kruimelige bariton fantastisch in het Franse repertoire, maar in het Russisch vind ik hem minder passen. Zijn grote "Gremin-aria" is mooi gezongen, maar ze mist de Russische expansieve lijn à la Hvorostovsky bijvoorbeeld. Nikolai Putilin was een boeiende, weliswaar droog klinkende Tomski. Als geheel wat het een sterke bezetting.

Publicatie: maandag 30 mei 2005 @ 10:32
Rubriek: Opera