Il Grand' Inquisitor

Il matrimonio segreto in het Théâtre National

De Opera Studio is ontstaan uit de samenwerking van de Munt en de Muziekkapel Koningin Elisabeth met als doel - zoals ze zelf enigszins hoogdravend zeggen - de "grootste talenten voor te bereiden op de vocale, fysieke en scenische vereisten die eigen zijn aan een operacarrière". Een deel van de vorming van die jonge zangers bestaat uit het instuderen en opvoeren van een volledige opera. Dit jaar hebben ze daarvoor Il matrimonio segreto van Cimarosa gekozen.

illustratieDomenico Cimarosa is een tijdgenoot van Mozart en legde de fundering voor de opera's van Rossini. Hij schijnt in de 18e eeuw een van de populairste componisten geweest te zijn met ongeveer 80 opera's op zijn palmares. Maar het is de opera buffa Il matrimonio segreto die in alle operageschiedenisboekjes staat... al is het maar omdat, naar verluidt, Keizer Leopold II heel de opera een tweede keer heeft laten opvoeren na het diner tijdens de première. Het is een opera met Mozartiaanse elegantie, waarvan de eerste akkoorden van de ouverture wel uit de Toverfluit lijken te komen en de finale schatplichtig is aan Le nozze di Figaro. Het is in de verwarringsscène van de finale van het eerste bedrijf dat Rossini waarschijnlijk inspiratie gevonden heeft voor zowat al zijn opera's.

De voorstelling ging door in de gloednieuwe zaal van het Théâtre National in een regie van Vincent Boussard, die o.a. bekend is van Il re pastore en Eliogabalo in de Munt. Hij stond dus in om de zangers de "scenische vereisten" bij te brengen en is daar heel goed in geslaagd. Ze brengen een heel leuke, onderhoudende en aanstekelijke voorstelling zonder in al te gemakkelijke slapstick- of overacting-valkuilen te trappen, en dat met minimale middelen. Er is geen decor - de naakte muren van het theater zijn zichtbaar - en slechts een paar rekwisieten... wat stoelen, een tafel (waar graaf Robinson letterlijk op komt binnensurfen), een doos met trouwspullen, enz.

Van studenten van een Opera Studio kan je verwachten dat de vocale ontwikkeling in meer of mindere mate een work-in-progress is. De kwaliteit varieert nogal, van de tenor Zeno Popescu (Paolino) die nog veel te leren heeft - intonatie om maar iets te noemen - tot zangers zoals Teodora Gheorghiu (Carolina) of Nabil Suliman (Robinson) die zo de "echte" scène op kunnen.

Er is nog één voorstelling gepland op 16 april... zeer aanbevolen voor wie deze opera eens live wil horen met een bezetting waarvan het speelplezier afspat.

Publicatie: vrijdag 15 april 2005 @ 0:40
Rubriek: Opera