Il Grand' Inquisitor

The turn of the screw in De Munt

"Twee kopen, één betalen." Dat moeten ze bij de Munt gedacht hebben toen ze Luc Bondy engageerden om Boesmans Julie te regisseren... en er zijn Aix-enscenering van The turn of the screw bijkregen. Ik kan anders niet begrijpen waarom ze de productie van Keith Warner uit 1998 niet hernomen hebben. Niet dat er iets mis is met met de enscenering van Bondy, maar een operahuis dat zich twee producties van een relatief obscure opera kan veroorloven, moet wel bulken van het geld.

illustratie

Maar zoals gezegd, de "nieuwe" productie is best wel in orde. Het decor is opgebouwd als een grote doos met in elkaar passende wanddelen. Die muren kunnen op verschillende manieren open en dichtschuiven, waardoor verschillende scènes gesuggereerd kunnen worden. De snelle scènewisselingen naar de speelkamer van Miles en Flora (aangevuld met een schommelpaard en wat kussens), de vijver waar Miss Jessel verschijnt, of een haast klinisch witte kamer (uit een gekkenhuis?) waar Quint en Jessel zich bevinden aan het begin van het tweede bedrijf kunnen op die manier efficiënt opgevangen worden.

Luc Bondy heeft verder een gedetailleerde regie uitgewerkt die goed in elkaar steekt. In het begin van de opera zit de gouvernante vooraan op de scene op een stoel en dankzij de belichting en de orkesteffecten lijkt het alsof ze in een trein zit die door een tunnel (of 's nachts) op weg is naar het landgoed. Verder wordt bijvoorbeeld ook het Malo-lied van Miles een soort mantra waarmee hij Quint kan oproepen. Ook de dood van Miles wordt heel mooi geënsceneerd waarbij Quint en de Gouvernante elk aan een kant van Miles trekken, tot hij dood in elkaar zakt.

Kortom, scenisch is het een geslaagde productie... maar het probleem is voor mij altijd de muziek van Britten. Ik moet nog altijd de eerste Brittencompositie tegenkomen die mij emotioneel kan raken. Zelfs de dood van Miles laat mij Oost-Siberisch koud. Dat is ongetwijfeld mijn verlies, maar gelukkig zijn er genoeg andere operacomponisten die me wel aanspreken.

Voor een deel was dat gisteren misschien ook te wijten aan de zangers. Elke keer als ik Mireille Delunsch hoor, is ze weer wat verder afgetakeld. Gisteren klonk ze lelijk, kleurloos en schraal. Voor de rol van een gouvernante zou dat misschien aanvaardbaar kunnen zijn. Alleen is het niet de bedoeling dat de kinderen afgeschrikt worden door deze Governess, daarvoor zorgen Jessel en Quint wel. Het is ook maar bij toeval dat je af en toe hoort dat ze iets Engelsachtigs zingt, een probleem dat ze gemeen heeft de Miss Jessel van Marie McLaughlin (terwijl ik van een Engelse zangeres toch beter zou verwachten). Hanna Schaer kan bij momenten wel een genuanceerde Mrs Grose zingen, maar op andere momenten begint ze onaanvaardbaar te brullen. Enkel de twee mannen - Olivier Dumait als de Proloog en Marlin Miller als Quint - stonden er vocaal. Ook de twee kinderen waren degelijk bezet met Ravi Shah (Miles) en Nazan Fikret (Flora).

Publicatie: vrijdag 1 april 2005 @ 17:45
Rubriek: Opera