Il Grand' Inquisitor

Faust - Christophe Rousset

De CD-boeken van Palazzetto Bru Zane behandelen meestal het onbekende Franse repertoire uit de 19de eeuw. Een opname van Faust, met Les Talens Lyriques en het Vlaams Radiokoor onder leiding van Christophe Rousset, lijkt dan een beetje vreemd... maar toch niet helemaal.

illustratieZe hebben namelijk gekozen om de oorspronkelijke opéra-comique-versie uit 1859 op plaat te zetten, of toch voor zover ze alle muziek konden terugvinden of reconstrueren. Deze Faust met dialogen en in vier bedrijven ging in het Théâtre-Lyrique in première. Tien jaar later herwerkte Gounod de opera voor de Parijse Opéra: hij bestond dan uit vijf bedrijven (het eerste bedrijf werd in twee bedrijven verdeeld), de gesproken dialogen werden vervangen door recitatieven, er kwam een ballet bij, sommige muziek werd geschrapt of vervangen door nieuwe.

De meest opvallende muziek die ontbreekt, is de aria van Valentin (al horen we de melodie wel al in de ouverture). In de plaats krijgen we een afscheidsduet tussen Valentin en Marguerite waarbij ze hem haar medaillon geeft. Ook het beroemde Soldatenkoor ontbreekt, maar hier heeft Valentin nog wel een andere aria. Méphistophélès zingt niet over een Gouden Kalf, maar zingt op de kermis het "Chanson du Scarabée"... toch iets minder opwindend dan "Le veau d'or". Extraatjes krijgen we ook al meteen in het begin. Zo worden Fausts ultieme mijmeringen onderbroken door een dialoog en trio met Siebel en Wagner, waarin we dan al te weten komen dat Valentin ten oorlog gaat trekken en dat Siebel verliefd is op Marguerite.

Ik vind het in alle geval boeiend om deze versie ook eens te horen. Daarenboven is deze opname vrij goed bezet. Benjamin Bernheim zingt een elegante Faust, ook in het eerste bedrijf zonder aangedikt gewicht als "oude Faust". Af en toe klinkt hij zelfs als een jonge Alagna. Zijn grote aria "Salut, demeure chaste et pure" (hier nog niet voorafgegaan door "Quel trouble inconnu me penêtre") krijgt een zoetgevooisde lezing met mooi lang legato en een slanke hoge do. Andrew Foster-Williams is vooral een mooi zingende Méphistophélès, al had ik graag wat meer variatie in zijn serenade "Vous qui faites l'endormie" gehoord. Hij beschikt ook niet over de sonore laagte, waardoor ik in de kerkscène wat op mijn honger bleef. In het algemeen is zijn bariton te weinig onderscheidbaar van die van Jean-Sébastien Bou als Valentin.

Dé verrassing in deze bezetting is ongetwijfeld Véronique Gens als Marguerite. Het is geen rol die ik spontaan met haar zou associëren en uiteraard maakt ze er ook geen engelachtige Marguerite van. Het hoeft niet te verbazen dat haar vertolking van de "Ballade du Roi de Thulé" een hoogtepunt is van liedgezang, waarbij Marguerites gedachten telkens weer expressief inbreken in de ballade. Haar Juwelenaria is geen coloratuurvehikel, maar een schoolvoorbeeld van hoe je met een prachtige prosodie deze aria kan verlevendigen. Heel haar gevangenisscène vanaf "Ah, c'est la voix du bien-aimé" houdt ze me op het puntje van mijn stoel. Bij de kleinere rollen zingt Juliette Mars als Siebel een passionele "Faites-lui mes aveux". De rol van Marthe is in de latere Faust al een halve buffo-partij in haar interactie met Méphistophélès. In deze versie is ze helemaal hilarisch, Ingrid Perruche zet dat dan ook dik in de verf.

Publicatie: zondag 19 april 2020 @ 19:58
Rubriek: CD's