Il Grand' Inquisitor

Don Carlos in Luik

Een voorstelling van Don Carlos is altijd uitzonderlijk, maar twee nieuwe producties in één seizoen én in hetzelfde land is helemaal ongezien. Na de weinig overtuigende productie bij Opera Vlaanderen in het begin van dit seizoen, brengt de Waalse Opéra nu ook haar Franse versie van Verdi's opera.

illustratie
Don Carlos, le moine, Posa

Met Stefano Mazzonis di Pralafera als regisseur weet je dat je min of meer een enscenering volgens het boekje krijgt. Ook nu maakt hij er een kostuumdrama van, waarvoor het kostuumatelier tientallen - zo niet, honderden - historische kostuums gemaakt heeft... het ene al luxueuzer dan het andere. Gary Mc Cann heeft voor elke scène een ander decor ontworpen, weliswaar opgebouwd uit twee basiselementen die herschikt kunnen worden van klooster tot tuingallerij of Philippes werkkamer. Alle scènewisselingen gebeuren "à vue" door techniekers in 16de eeuws werkplunje. De enige toevoeging is dat hij de monnik, alias Keizer Karel, in verschillende taferelen als figurant laat opdraven.

Hij laat, zoals gewoonlijk, veel plaats voor de zangers. En zeker op papier, zag die bezetting er zeer interessant uit. Na Pollione keert Gregory Kunde terug als Don Carlos. In het eerste bedrijf klinkt zijn stem nog dof, en eerlijk gezegd ook oud. Maar hij geraakt snel ingezongen, zodat zijn stem mooi glanst met stevige topnoten voor het beroemde duet met Posa. Lionel Lhote is de Posa van dienst. Na zijn opvallende prestatie als Don Carlo in Ernani keek ik uit naar zijn vertolking... en hij stelde niet teleur. Hij zingt zijn grote aria "C'est mon jour suprème" met oneindig legato en een licht gebronsde klank.

Dat duet is een goede kapstok om het even over de gebruikte versie te hebben. Dat duet is veel uitgebreider dan gewoonlijk, voorafgegaan door Posa's aria "J'étais en Flandres". De Opéra van Luik heeft namelijk gekozen voor de eerste versie die Verdi in 1866 aangeboden heeft aan de Parijse Opéra en die wel de repetities, maar niet de première gehaald heeft. Voor de première moest Verdi nog een ballet toevoegen en werden een reeks aria's geknipt. Er is zeker iets voor te zeggen om voor deze Franse versie te kiezen, dus zonder die coupures maar ook zonder "La Pérégrina", omdat je ervan kan uitgaan dat dit Verdi's eerste gedacht was... met een versie die dramaturgisch ook klopt.

illustratie
Elisabeth, Eboli

Bij de andere mannenrollen vinden we Ildebrando D'Arcangelo terug als Philippe II. Net zoals bij Méphistophélès zingt hij met een mooi timbre, maar heb ik problemen met zijn Frans en zijn beperkte interpretatiemogelijkheden. Als een bas me zelfs met "Elle ne m'aime pas" niet kan raken, dan is er echt wel iets mis. Net zoals in Antwerpen werd de Grootinquisiteur door Roberto Scandiuzzi vertolkt, maar hij was in Luik in duidelijk betere doen.

Yolanda Auyanet kennen we onder andere van haar Alice Robert le diable en deed nu een verdienstelijke poging om Elisabeth te zingen. Ze werd namelijk als zijnde "souffrante" aangekondigd en dat was pijnlijk duidelijk: in de ensembles hield ze zich op de achtergrond om haar stem te sparen en haar laag register was quasi-afwezig. Haar hoge noten klonken wel opvallend goed met bijvoorbeeld een overtuigende eerste helft van "Toi qui sus le néant" en, in vergelijking met de vorige keren dat ik haar gehoord had, met bijna geen intonatieproblemen. Kate Aldrich was een goede Eboli, tenminste eens "Au palais des fées" voorbij was. De sluieraria klonk vrij schools, maar "O don fatal" was wel indrukwekkend.

Publicatie: vrijdag 31 januari 2020 @ 17:43
Rubriek: Opera