Il Grand' Inquisitor

Dorothea Röschmann in Oxford

Het is al meer dan tien jaar geleden dat ik Dorothea Röschmann nog gehoord heb en heb geen al te beste herinneringen aan haar exploten in het liedgenre. Ik hoopte dat haar recital met Malcolm Martineau haar zou kunnen rehabiliteren... niet dus.

illustratie

Het is er eigenlijk alleen nog maar erger op geworden. Het begint al meteen met de manier waarop ze zingt. Ze spert haar mond wagenwijd open, voor elke lettergreep verzet ze heel haar kinnenbak en vervormt ze de rest van haar gezicht. Dat alleen al komt heel onnatuurlijk over. Maar soit, je kan nog altijd je ogen dichtdoen... al is dat eigenlijk niet de bedoeling bij een liedrecital omdat je dan een deel van de potentiële communicatie mist.

Een bijeffect is dat ze soms een cesuur in het midden van een woord moet maken om te "schakelen", waar haar legato dan weer onder lijdt, of een zwiepende glissando om dat gebrek aan legato te verdoezelen. Nu, als het dan allemaal nog goed zou klinken, zou ik het nog kunnen doorstaan. Maar neem bijvoorbeeld haar openingsgroepje met liederen uit Goethes West-Östlicher Divan. Ze begon met de twee Suleika-liederen in de versie van Mendelssohn en geeft er meteen Wagneriaanse dimensies aan, waarbij elk forte een uithaal wordt die niet organisch ingebed is in de zanglijn.

Toen ze aan Mahlers Rückert-Lieder begon, dacht ze waarschijnlijk dat er een heel orkest achter haar stond. Terwijl ze in combinatie met het prachtig pianospel van Martineau volop zou kunnen kiezen om de poëzie van Rückert op het voorplan te zetten. Maar ze dendert weer als een bulldozer over bijvoorbeeld Um Mitternacht... of eerder "Um Mit-ter-nacht" zoals Röschmann het zingt. Gelukkig eindigt Ich bin der Welt abhanden gekommen met een vrij lang naspel, zodat ik toch met een paar mooie klanken in mijn oren hotelwaarts kon wandelen...

Publicatie: vrijdag 25 oktober 2019 @ 22:21
Rubriek: Liedrecital