Il Grand' Inquisitor

Pagliacci en Cavalleria rusticana in Amsterdam

De Nederlandse Opera heeft haar seizoen geopend met een klassieker: de verismo-tweeling Pagliacci en Cavalleria rusticana in een productie van Robert Carsen.

illustratie
Santuzza

Regisseurs proberen altijd wat eenheid te brengen in de twee opera's. Denk maar aan de recente Munt-productie van Michieletto of de Cura-productie in Luik. Bij Carsen is dat uiteraard niet anders. Hij haalt zijn beproefd recept boven van theater-in-theater-in-theater en dus begint hij met Pagliacci, zodat de Prologo het kader kan scheppen. Zijn statement dat alles maar theater is, wordt volledig doorgetrokken tot in Cavalleria. Nadat Nedda en Silvio doodgestoken werden door Canio, blijven ze op het podium liggen tot het begin van Cavalleria. Ze staan dan pas recht en nemen afscheid van elkaar: ook het kader van Pagliacci was maar theater. Tijdens het openingskoor van Cavalleria wordt het podium volgezet met schminktafels. Het koor begint zich af te schminken, ze kleden zich om en ze zijn klaar voor de volgende repetitie... van het Paaskoor. Carsen laat het allemaal wel ongeveer kloppen, maar toch heeft zijn productie weinig sfeer en vond ik ze naar Carsen-normen vrij benedenmaats.

Ik was niet helemaal overtuigd van de bezetting van Pagliacci. Brandon Jovanovich heeft te weinig gewicht in zijn laag register om een goede Canio te zijn. "Vesti la giubba" geraakte amper over het orkest. "No, Pagliaccio non son" was iets beter, maar hij kon met op geen enkel moment ontroeren. Ailyn Pérez was een aanvaardbare Nedda. Maar het was Roman Burdenko die met zijn bronzen bariton een uitstekende Prologo en Tonio zong. Hij was dan ook de enige die terugkeerde in Cavalleria om een robuuste Alfio neer te zetten. Brian Jagde zong een indrukwekkende Turiddu met een stalen tenor, weliswaar met weinig Italiaanse zon.

Maar het was Anita Rachvelishvili die iedereen van het podium zong als Santuzza. Al meteen bij haar eerste "Dite, mamma Lucia" ben ik verkocht. En de manier waarop ze met haar warme mezzo in "Sono scomunicata" duikt, is onweerstaanbaar. Het zijn voor dit soort momenten dat ik naar de opera ga. Daarnaast is ze hartverscheurend als ze haar hart uitstort bij Alfio. Ze blijft natuurlijk een mezzo in plaats van een sopraan, maar haar hoogte is voldoende betrouwbaar, al heeft haar solo tijdens het Paaskoor niet de intensiteit van wat bijvoorbeeld Westbroek kan doen met dit moment.

Publicatie: zondag 8 september 2019 @ 21:04
Rubriek: Opera