Il Grand' Inquisitor

Teun Michiels - Frühlingstraum

Bij een "World Premiere Recording" verwacht je dat men op een of andere zolder een doos onbekende aria's of liederen ontdekt heeft. In dit geval gaat het echter over de eerste opname met de rechtsnarige piano van Maene met liederen van Schubert, Schumann en Brahms door de tenor Teun Michiels en de pianist Peter Jeurissen

illustratieIn tegenstelling tot de klassieke concertvleugels liggen bij deze piano alle snaren evenwijdig. De bedoeling is om daarmee een klank te bekomen die dichter aansluit bij de historische pianoforte's waarop Schubert of Schumann speelden, zonder echter in te boeten aan volume of speelcomfort. Persoonlijk vind ik dat een goede zaak. Die historische, al dan niet nagebouwde, instrumenten hebben vaak een mooie klank... maar in een concertzaal is de balans met een zanger meestal snel om zeep.

Deze CD heeft de titel "Frühlingstraum" meegekregen, naar het lied uit Schuberts Winterreise waarmee de CD opent. Het lentethema is in de meeste liederen aanwezig, alhoewel ik Die Forelle of Ganymed niet meteen als lenteliederen zou omschrijven. Op deze opname, uitgebracht op het label Woodlake, wordt de kamermuziekversie van de rechtsnarige piano gebruikt, oftewel de - even ademhalen - "Chris Maene Straight Strung Chamber Music Concert Grand"...

De mogelijkheden van de piano worden mooi belicht in bijvoorbeeld de onderscheiden registers van Der Lindenbaum, de arpeggio's van Am Bach im Frühling, de evocatie van de nachtigaal in Ganymed of de kleurrijke begeleiding van Feldeinsamkeit. Ik was wel enigszins ontgoocheld door de uitvoering van Im Frühling, waar een breed dynamisch bereik van ppp tot mf gevraagd wordt, maar wat niet echt hoorbaar is op deze opname. Ik had misschien ook wat lenteliederen van Wolf verwacht, die wat de pianopartij betreft toch nog een stap verder ging. Men kan natuurlijk niet alles opnemen, maar er was zeker nog voldoende ruimte vrij op deze CD.

Ik moet toegeven dat ik nog nooit van Teun Michiels gehoord had, maar hij blijkt een uitstekende liedzanger te zijn. Zijn lichte lyrische tenor is ideaal voor dit repertoire. Hij zingt perfect verstaanbaar Duits, al heeft hij de storende gewoonte om doffe e's stem te geven: Sommèr, Vatèr, wandèrn, flüstèrn, ... Af en toe onderbreekt hij ook zijn legato om wat medeklinkers uitgesproken te krijgen. Maar hij beschikt wel over voldoende vocale kleur om de liederen het nodige karakter te geven. Zo legt hij een melancholische klank in het middendeel van Frühlingstraum, dat hij met een traan in de stem eindigt. Melancholie is ook de overheersende stemming in Am Bach im Frühling. Ganymed krijgt een glanzend begin en een goede "Allliebender Vater". Heimliches Lieben is een relatieve rariteit en wordt mooi gefraseerd. Hij zingt Die Lotosblume met een vertederend piano en legt een glimlach in zijn stem voor het "Blumengesicht". De Sehnsucht van Sehnsucht nach der Waldgegend komt goed tot uiting in het slot. Hij beschikt ook over de brede tessituur voor Die Mainacht, al had Brahms' Frühlingslied nog iets extatischer mogen geweest zijn.

Publicatie: donderdag 11 juli 2019 @ 10:09
Rubriek: CD's