Il Grand' Inquisitor

Andrč Schuen in deSingel

Oorspronkelijk stond er vandaag een liedrecital van Christiane Karg op het programma, maar een baby-pauze tot het midden van dit jaar gooide roet in het eten. Daardoor konden de bariton Andrč Schuen en pianist Daniel Heide wel hun onverwacht Singeldebuut maken.

illustratie

Na zijn overweldigende Müllerin in Schwarzenberg, keek ik met spanning uit naar dit liedrecital. Schuen is afkomstig uit Zuid-Tirool, de streek waar de Germaanse en Italiaanse cultuur samenkomen. Dit gegeven weerspiegelde zich ook in hun programma, tussendoor werden zijn Ladinische wortels nog meer in de verf gezet met een paar volksliederen uit de streek.

Het eerste deel van de avond was grotendeels gewijd aan een selectie Schubert-liederen waarvan de meeste ook op zijn recente Wanderer-CD te beluisteren zijn. Hij spande een boog tussen de twee galopperende liederen Auf der Bruck en Willkommen und Abschied. In het eerste lied moest zijn stem zich nog wat aanpassen aan de akoestiek van de zaal, maar vanaf Der Wanderer an den Mond zat alles goed... met uitzondering van zijn forte-noten die vreemd genoeg minder droegen dan zijn piano-noten.

Van dat wonderbaarlijk piano kon volop genoten worden in een hartverscheurende vertolking van Nachtstück waarbij hij de laatste strofen telkens een beetje stiller zong tot "der Alte" zijn laatste adem uitblaast. Met Die Sterne werd een bruggetje gemaakt naar Ben danter mile steres, het eerste Ladinische volkslied. Het trio volksliederen werd afgesloten met het wiegelied Alalt al ci - weer prachtig mezza voce - dat slim en zonder pauze overging in de Schlegel-Wanderer.

Na de pauze schakelden ze over op het Italiaans repertoire. Zoals met de meeste liederen van Liszt, lig ik niet echt wakker van zijn Petrarca-Sonetti. Ze worden iets te vaak gekaapt door operazangers die eens een liedrecital willen zingen maar toch willen pronken met de hoge noten in deze liederen. Die hoge noten zijn bij Schuen ook aanwezig. Ik weet niet of het aan de Italiaanse klanken ligt, maar het gekke is dat zijn Italiaans forte veel mooier en natuurlijker klinkt dan zijn Duits forte. Hoe dan ook, hij benadert deze sonetten als "echte" liederen zodat er ook tussen de hoge noten vanalles gebeurt, met het laatste lied I' vidi in terra als een tedere en liefdevolle apotheose.

Hetzelfde kan gezegd worden van de liederen van Tosti. Zijn Quattro canzoni d'Amaranta waren mij onbekend, met uitzondering van L'alba sepāra dalla luce l'ombra. Ook hier krijgen we een tekstgetrouwe vertolking, waardoor de intrieste sfeer van deze liederen perfect tot zijn recht kwam. Het bekende L'ultima canzone rondde het officieel deel af. Voor het enige bisnummer bleven ze bij Tosti met A vucchella.

Publicatie: woensdag 20 februari 2019 @ 23:06
Rubriek: Liedrecital