Il Grand' Inquisitor

La Gioconda in de Munt

Met La Gioconda van Ponchielli haalt de Munt nog eens een lang vergeten opera uit de archiefkast (volgens C.a.r.m.e.n. dateert de vorige productie van 1939). Een opera over liefde, macht en zelfopoffering is een kolfje naar de hand van regisseur Olivier Py.

illustratie
Gioconda (foto © Baus)

De opera speelt zich af in het 17de eeuwse Venetië. In de versie van Py is dat iets gemoderniseerd naar zijn karakteristieke zwart-witte stijl. Pierre-André Weitz heeft een moduleerbaar eenheidsdecor ontworpen. In de standaardopstelling lijken we onder een viaduct te zitten. Het dak kan wel in delen naar beneden gelaten worden om bijvoorbeeld trappen te creëren voor het tweede bedrijf, een huis met kamers of een loopbrug.

Venetië vinden we terug in de paar millimeter water die bijna het volledige podium bedekt, ongetwijfeld een verwijzing naar het regelmatig overstromende San Marcoplein. Het geplons creëert wel allerlei bijgeluiden, vooral tijdens het bekende Urenballet... een Riverdance-achtige choreografie met een obligate en gratuite groepsverkrachting, die op boegeroep onthaald werd. De dansers zijn ook in de rest van de voorstelling aanwezig in meer of mindere staat van ontkleding. Het Venetiaanse carneval wordt dan weer geëvoceerd door boosaardige clowns.

Voor de rest is het een vrij correcte enscenering, zo is de rozenkrans aanwezig en krijgen we letterlijk vuurwerk als Enzo zijn schip in brand steekt. De straatzangeres Gioconda ziet er wel eerder uit als een moderne Tosca in haar glitterjurk. De belangrijkste ingreep van Py is dat hij Gioconda laat inbreken in de monoloog van Alvise, hem opvrijt en hem het vergif voor Laura bezorgt... alsof het allemaal een uitgekiend plan van haar is om nadien Laura te kunnen redden.

illustratie
Laura, Gioconda (foto © Baus)

De Munt heeft twee bezettingen voorzien. Ik hoorde gisteren de première van de tweede bezetting, weliswaar met de "eerste" Enzo. Stefano La Colla zingt met een grote en mooie lyrische tenor, al is zijn intonatie niet altijd even juist... maar ik wil hem nog het voordeel van de twijfel geven. Twee premières na elkaar zingen, heeft misschien zijn tol geëist.

Hui He heb ik ooit gehoord als een fenomenale Butterfly in Kopenhagen. Ze is iets minder fenomenaal als Gioconda, maar wel van een aanvaardbaar niveau. Ze geeft nog niet de indruk dat ze een volbloed-spinto is, daarvoor is haar laag register nog wat te zwak. Een etherische "Enzo adorato..." ala Zinka krijgen we niet te horen, maar wel een goede "Suicidio". Het grootste moment van de voorstelling komt in het tweede bedrijf in haar duet met Laura "L'amo come il fugor". Szilvia Vörös heeft een knoert van mezzo die ze echter ook kan terugbrengen tot intiemere proporties voor het gebed "Stella del marinar".

Scott Hendricks blijft onvermijdelijk in de Munt als slechterik. Ik blijf zijn hele frasering problematisch vinden. Ook als Barnaba is hij wel op theatraal vlak voldoende agressief, maar iets meer afgelikte Scarpia zou zijn vertolking mogelijk wat beter verteerbaar kunnen maken. Er zaten ook een paar zwakkere momenten in de voorstelling: die kwamen meestal in de scènes met La Cieca, vooral omdat Ning Liang weinig gewicht in haar stem kan leggen en als een vocaal kneusje overkomt tussen alle andere grote stemmen.

Hoedanook is het een productie om te gaan zien... al is het maar omdat je niet nog eens 80 jaar wil wachten op de volgende Munt-Gioconda.

Publicatie: donderdag 31 januari 2019 @ 17:04
Rubriek: Opera