Il Grand' Inquisitor

Serse in Bonn

Alhoewel Serse één van Handels laatste opera's is, geraakt hij moeilijk uit de schaduw van de Alcina's en Giulio Cesares die de operaseizoenen domineren. Dankzij de opera van Bonn kunnen we hem toch nog eens horen.

illustratie
Romilda, Serse (foto © Thilo Beu)

Serse is een atypische Handelopera die serieuze en komische elementen combineert. Bij een komische opera hoort een typisch ingewikkelde plot. Serse, de koning van het oude Perzië, en zijn broer Arsamene zijn allebei verliefd op Romilda. Romilda en haar zus Atalanta zijn dan weer allebei verliefd op Arsamene. Een geval van brieffraude compliceert de zaak. Uiteindelijk trouwen Arsamene en Romilda, terwijl Serse zich verzoent met zijn ex-verloofde Amastre.

In Bonn wordt een versie opgevoerd waarbij alle "overbodige" scènes gecoupeerd werden... er blijft amper twee uur muziek over. Enerzijds krijg je daardoor een compacter verhaal, maar anderzijds is het spijtig dat - voor een keer dat Serse op het programma staat - niet alle muziek te horen is.

De regisseur Leonardo Muscato, die ik enkel ken van zijn Romeinse budget-Rigoletto en een Zweedse Ballo, heeft van de opera een kleurrijk stripverhaal gemaakt vol karikaturen. Serse is een dictator in een paleis van triplex (decors van Andrea Belli). Romilda is een uitbundige spring-in-'t-veld, terwijl Atalante eerder de samenzweerderige zus is. Muscato lijkt ook een TiTaTovenaar-obsessie te hebben, want bij elke "tra se" laat hij de zanger in de handen klappen om alle andere zangers stil te laten staan. Leuk voor een paar keer...

illustratie
Atalante, Romilda, Arsamene (foto © Thilo Beu)

Het is al meer dan twintig jaar geleden dat ik Serse gezien heb. Het enige wat ik me herinner van de productie in de Vlaamse Opera is de Amastre van Ewa Podles. Susanne Blattert haalt dat niveau niet. Ze is meer een mezzo dan een alt, zonder de nodige diepte.

Hetzelfde geldt eigenlijk ook voor de mannelijke rollen, die redelijk goed bezet zijn, maar toch net te kort schieten. Luciana Mancini zong de Caffarelli-rol van Serse. Haar "Ombra mai fu" was mooi, maar voor een spektakelaria als "Crude Furie" is ze te onnauwkeurig. De Arsamene van Kathrin Leidig komt ook niet uit de verf.

De twee sopraanzussen waren daarentegen wel goed. Louise Kemény zong een geëngageerde Romilda, met vooral een doorleefde "E gelosia". Marie Heeschen zong Atalante met een kristallen en tekstzuivere sopraan.

Publicatie: zondag 4 november 2018 @ 9:28
Rubriek: Opera