Il Grand' Inquisitor

Les Huguenots in UGC

Het is al meer dan 80 jaar geleden dat Les Huguenots nog opgevoerd werd in Parijs. Ik had de nieuwe productie graag live gehoord in de Bastille, maar dat was agendagewijs niet mogelijk. De live cinemaversie in UGC is een redelijk alternatief.

illustratie
Urbain, Marguerite (foto © Agathe Poupeney)

Zo'n cinemaversie is uiteraard niet ideaal. Je ziet wat de videoregisseur wilt dat je ziet. En wat je hoort, is sterk afhankelijk van de kwaliteit van de geluidsinstallatie. Vooral de koorcaptatie was problematisch met een wollige koorklank. De solisten lijken allemaal even gigantische stemmen te hebben, daarenboven zat er opvallend veel glans op hun stem. Maar soit, het is beter dan niks.

Andreas Kriegenburg kende ik voorheen enkel van zijn Wozzeck-productie in München. Zijn enscenering van Les Huguenots is mooi, maar ook een beetje saai. Alles speelt zich af in drie klinische decors van Harald B. Thor die in hun geheel heen en weer kunnen schuiven. Tegen die witte decors komen de mooie en kleurrijke kostuums van Tanja Hofmann wel goed tot uiting. Maar op regievlak valt er weinig te beleven, zeker als in de cinema de zangers onder een vergrootglas liggen... tenzij je het overdramatische gefriemel van de Valentine als een grote acteerprestatie beschouwt.

De twee zangers die de hoofdrollen van Marguerite en Raoul zouden zingen, respectievelijk Diana Damrau en Bryan Hymel, hadden voor de première al forfait gegeven. Het zal ongetwijfeld geen sinecure geweest zijn om op korte termijn een adequate vervanging te vinden. In het ene geval is dat al beter gelukt dan in het andere geval.

illustratie
Marcel, Valentine (foto © Agathe Poupeney)

Lisette Oropesa was een mooie Marguerite de Valois. Na het overwegend mannelijke eerste bedrijf is haar "O beau pays de la Touraine" een zonnestraal. Ze zingt met een oneindige adem, mooie trillers en hoge noten die ook piano kunnen zweven. Haar Frans is correct, maar niet altijd verstaanbaar zonder de ondertitels.

Yosep Kang laat bij momenten een mooie klank horen als Raoul de Nangis. Maar het grote probleem is dat zijn topregister een ruïne is. Vanaf de romance "Plus blanche que la blanche hermine" tot het einde van de opera zijn er in elke aria of scène wel noten die kraken of onder de toon zitten. In die bekende romance werd hij ook niet echt geholpen door de begeleiding van de viola d'amore... de violist had beter wat meer geoefend.

De rol van Valentine werd indertijd gecreëerd door Cornélie Falcon en het is dan ook een archetypsiche falcon-partij. Op basis van de vorige keren dat ik Ermonela Jaho gehoord heb, heeft ze daarvoor niet het juiste stemtype. Haar Valentine klinkt schraal in de hoogte met twijfelachtige intonatie, maar haar middenstem gaat wel in de juiste richting qua timbre.

Daarmee werden drie hoofdrollen door niet-Fransen bezet, de rest van de bezetting was wel Frans. Karine Deshayes is een indrukwekkende Urbain, al klinkt ze meer als een Carmen dan als een jonge page. Nicolas Testé zingt een sonore Marcel die stevig Piff-Pafft. Paul Gay is niet altijd even overtuigend als Saint-Bris met vooral lelijk schreeuwerige forte noten.

Publicatie: vrijdag 5 oktober 2018 @ 16:59
Rubriek: Opera