Il Grand' Inquisitor

Mark Padmore in de Munt

Ik had Mark Padmore al lang afgeschreven. Maar als Prégardien zich kan herpakken, waarom dan Padmore niet ? Zijn recital vandaag in de Munt met de pianist Simon Lepper kan het best samengevat worden als een triomf van muzikaliteit over stem.

illustratie
(foto © Marco Borggreve)

Er rammelt nog altijd vanalles aan zijn stem met vooral stemloze lage noten en geforceerde hoge noten, waarbij je daarenboven denkt dat zijn hoofd elk moment kan ontploffen als hij forte zingt. Maar daartussen valt er nog veel te genieten. Niet in het minst door zijn perfecte dictie, al offert hij daar af en toe zijn legato voor op.

Het programma was ingedeeld in een Beethoven-deel voor en een Schumann-deel na de pauze.

Bij de Beethovenliederen viel in de eerste plaats het Flohlied op, een grappige ballade die Padmore met de nodige serieux en plechtstatigheid bracht. In Selbstgespräch liet hij dan weer talloze manieren horen om "Ich glaube, dass ich sie liebe" te zingen... waarvoor hij tussendoor een bescheiden applausje kreeg. Maar de meest ontroerende vertolking was die van Resignation: met een zoete stem horen we klank geworden stilte. Dat werd gevolgd door Abendlied unterm gestirnen Himmel dat toch een lied is dat grotere vocale dimensies vraagt dan wat Padmore kan geven. Maar het is wel een lied waarin Simon Lepper kan schitteren met de evocatie van stil flikkerende sterren tot donker rollende stormen. In een Beethovenprogramma kan An die ferne Geliebte niet ontbreken. Ook hier kregen we weer een heerlijke pianopartij met natuurbeelden vol rondfladderende vogeltjes en zelfs een koekoek.

Na de pauze stond Schumanns Kerner-Liederkreis op het programma, waarvoor een partituur als vangnet klaarstond. De uitvoering was meer variabel dan de Beethovenliederen. Lust der Sturmnacht kreeg een vrij lelijk slot, maar Stirb', Lieb' und Freud' zong hij als een gebed waarbij hij elk "refrein" inkleurde met warme houtblazerklanken. Sehnsucht nach der Waldgegend kwam dan weer over als hard vocaal labeur, in Wanderung legt hij een expressieve klemtoon op "doch bin ich nicht allein". In Stille Liebe bewijst hij dat toch nog perfect legato kan zingen; in één boog voegde hij er Frage aan toe als een epiloog. Elke strofe van Stille Tränen werd crescendo opgebouwd en decrescendo afgebouwd tot één overkoepelend geheel. In de laatste strofe had hij wel beter de lager optie van "den Schmerz" gekozen...

Hoe dan ook was het tegen alle verwachtingen in toch een bevredigend recital, dat afgesloten werd met Brahms' Der Tod, das ist die kühle Nacht als bisnummer.

Publicatie: maandag 24 september 2018 @ 22:56
Rubriek: Liedrecital