Il Grand' Inquisitor

Alcina in Wenen

Alcina is mogelijk mijn favoriete Handel-opera. Maar de voorstelling onder de leiding van Stefan Gottfried in het Theater an der Wien is er één om snel te vergeten.

illustratie
Alcina (foto © Herwig Prammer)

Als het doek opengaat tijdens de ouverture, zien we een vrouw door een desolaat landschap dwalen. Even dacht ik dat Tatjana Gürbaca "Wuthering Heights" wilde ensceneren. Maar natuurlijk zijn we op het eiland van Alcina, alhoewel we gewoonlijk de verdorde staat van het eiland pas tegen het einde van de voorstelling te zien krijgen. Kleur is tegenwoordig geen optie meer en dus wordt elk scènebeeld in "artistieke" grijstinten gehuld.

Op zich valt daar wel mee te leven. Ik heb me echter mateloos geërgerd aan Gottfried. Op geen enkel moment kon hij enige passie, laat staan emotie, uit het Concentus Musicus Wien halen. In het beste geval kabbelt de voorstelling lusteloos voort, in het slechtste geval valt de muziek om de dertig seconden stil. En als je dan in de orkestbak kijkt, dan zie je alleen maar lange gezichten alsof ze daar tegen hun goesting zitten. Dat gebrek aan musiceervreugde haalt de sfeer van de hele voorstelling naar beneden... maar het zal ongetwijfeld wel "historisch correct" uitgevoerd zijn. De pauze halverwege het tweede bedrijf kwam niets te vroeg.

Je hoopt dan dat de solisten de zaak wel zullen redden en op papier zag de bezetting er wel interessant uit. Helaas...

illustratie
Morgana, Bradamante (foto © Herwig Prammer)

De titelrol kan door uiteenlopende sopranen gezongen worden, van Sandrine Piau tot Anja Harteros. Het zal niet verbazen dat mijn voorkeur uitgaat naar de vocale soevereiniteit van een Harteros. Binnen dat spectrum situeert Marlis Petersen zich ergens in het midden. Normaal geeft ze doorleefde vertolkingen, maar uit een cryptische aankondiging voor de voorstelling kon afgeleid worden dat ze ziek was. Of dat er iets mee te maken heeft, weet ik niet, maar zelfs een aria als "Ah, mio cor, schernito sei" kon me maar matig boeien.

Gezien mijn voorkeuren, helpt het daarenboven niet als Ruggiero door een contratenor gezongen wordt. David Hansen heeft een stem met twee dynamische standen: ofwel klinkt hij heel luid, ofwel heel stil. Voor nuance is geen plaats. Maar hij mag het grootste deel van de voorstelling in zijn ondergoed rondlopen, wat voor sommigen waarschijnlijk een adequate compensatie is.

In haar wit jurkje ziet Morgana eruit als een schoolmeisje. De vertolking van Mirella Hagen, die al een Bayreuther woudvogel op haar palmares heeft, blijft ook schools met behoedzame coloraturen. Katarina Bradic, die we kennen van haar tijd in het Jong Ensemble als o.a. Suzuki of Olga, is in hetzelfde bedje ziek. Haar mezzo klinkt wel mooi, ze acteert dat de stukken eraf vliegen, maar ook haar coloraturen zijn inhoudloos en haar aria's riepen geen emoties op bij mij.

Publicatie: zondag 16 september 2018 @ 8:52
Rubriek: Opera