Il Grand' Inquisitor

Tannhäuser in de Wartburg

Ik was de afgelopen dagen toevallig in Thuringen en in mijn zoektocht naar eventuele operavoorstellingen kwam ik terecht bij het Staatstheater van Meiningen. Zij brachten Tannhäuser... in de Wartburg.

illustratieElke operafan weet dat de volledige naam van Wagners opera Tannhäuser und der Sängerkrieg auf Wartburg is en om dan daar een voorstelling mee te maken is toch iets speciaals. De Wartburg is een mooi gerestaureerde middeleeuwse burcht bovenop de Wartberg ten zuiden van Eisenach, een stadje dat vooral bekend is als de geboorteplaats van Bach.

De rechthoekige "Festsaal" van de Wartburg is uiteraard niet gebouwd als operazaal en ze is met ruimte voor amper 300 toeschouwers ook vrij klein. De Meininger Hofkapelle zat achteraan, daarvoor was er een klein podium voor een semi-scenische voorstelling in een regie van Ansgar Haag. Als je de effectieve Wartburg als decor hebt, moet een decorontwerper uiteraard niet veel doen voor de zangwedstrijd van het tweede bedrijf. Maar ook de Hörseelenberg - tegenwoordig Hörselberg en bij Wagner Venusberg genoemd - ligt op een boogscheut van de Wartburg.

De zaal leent zich voor allerlei akoestische effecten: van dialogerend koper dat in de trappenhal staat te galmen over een pelgrimskoor dat door de galerij naast de zaal schrijdt of Elisabeth die "Dich teure Halle" in het middenpad zingt... kan het nog authentieker ?

illustratie
Elisabeth (foto © Rainer Salzmann)

Philippe Bach dirigeerde grosso modo de Parijse versie van Tannhäuser, weliswaar zonder het bacchanaal. Het was een mooi idee om de harpiste mee op het verhoogde podium te zetten: de harp is nu eenmaal hét instrument van de middeleeuwse minnezanger. In een gewone uitvoering valt dat misschien minder op, maar in dit geval zitten de zangers haast op je schoot en dan krijgen "Dir töne Lob" of "Blick ich umher" lieddimensies en wordt het een intiem duet tussen zanger en harpiste.

Paul McNamara worstelde zich door de titelpartij. De laatste keer dat ik hem gehoord heb was als Loge in de Weimarer Ring. Dat was al een grensgeval en dus had ik geen al te hoge verwachtingen voor een Tannhäuser die duidelijk ver voorbij zijn vocale grens ligt. Dankzij de kleine zaal en zijn expressieve inleving, met bijvoorbeeld een "Romerzählung" vol opborrelende frustratie, gaf hij toch een vrij overtuigende vertolking.

Astrid Weber was ook problematisch. Om te beginnen versta je amper een woord van wat ze zingt. Haar hoge noten zijn krijslelijk met daarenboven de topnoot van "Dich, teure Halle" die overtuigend naast de toon gezongen werd. "Allmächt'ge Jungfrau" was iets beter. Ze zong tevens de rol van Venus met een iets donkerder ingekleurde stem. Ze kan wel verrassen zoals het ijzige mezza voce waarmee ze als Venus Tannhäuser wandelen stuurt.

Ik was wel tevreden over Shin Taniguchi. Hij is wel niet de zoetgevooisde Wolfram ala Hermann Prey of Matthias Goerne. Maar hij heeft een stem met karakter en een interessant timbre. Bij de andere minnezangers viel Siyabonga Maqungo op, die Walther von der Vogelweide zong met een zuivere Mozarttenor... zonder twijfel de mooiste stem van de hele bezetting.

Op vocaal vlak was het zeker geen grootse Tannhäuser. Maar het is hoe dan ook een belevenis. Eén die al begint bij de aankomst op de parking... halverwege de Wartberg... en met de klim naar de burcht zelf. En dan het onvergetelijke begin van de voorstelling terwijl de ondergaande zon de zaal in een warme gloed hult.

Publicatie: zaterdag 15 september 2018 @ 0:00
Rubriek: Opera