Il Grand' Inquisitor

Jérusalem in Luik

Het aantal vroege Verdi-opera's dat je regelmatig kan horen, is op één hand te tellen. Naast Nabucco en Macbeth kom je af en toe eens een Attila of een Ernani tegen... en dan meestal nog concertant. Het is dan ook meer dan lovenswaardig dat de Luikse Opera Jérusalem op het programma gezet heeft.

illustratie
Gaston (foto © Lorraine Wauters)

Jérusalem is een herwerkte I Lombardi in de stijl van de Franse Grand Opéra met een historische achtergrond, grote koorscènes en het obligate ballet. Dat ballet werd trouwens ook uitgevoerd in Luik. Wat mij betreft mogen zinloze balletten in het midden van een opera meedogenloos gecoupeerd worden... in dit geval zou de voorstelling dan misschien op een deftig uur geëindigd zijn. Hoe dan ook, ik hoop dat Jérusalem aan een heropstanding begonnen is nadat ik de opera vorig jaar ook al in Bonn gezien heb. Verdi-opera's worden in Luik bijna uitsluitend door de intendant Stefano Mazzonis di Pralafera geregisseerd. Ook deze keer heeft hij een heel klassieke productie op poten gezet.

Meestal kunnen ze in Luik een goede bezetting verzamelen. Deze keer is dat niet echt gelukt. Het grootste probleem is de bezetting van Roger. Het is een rol voor een grote Verdi-bas die thuishoort in het rijtje van Attila's en Filippo's. Ooit had Roberto Scandiuzzi het potentieel om dé Italiaanse bas van zijn generatie te worden, maar dat is nu niet meer het geval. De laatste keer dat ik hem gehoord heb, was als een desastreuze Fiesco in Wenen. Zijn Roger is wel iets beter al geeft hij een wollige vertolking van "Oh dans l'ombre, dans la mystère", gevolgd door een pijnlijke cabaletta "Ah viens démon, esprit du mal". Hij is iets beter als heremiet met een redelijke "O jour fatal, o crime", al werd die ook ingeleid met een recitatief vol ongesteunde noten en opgeblazen resonantie wat voor een mezza voce moet doorgaan... en dat alles in schabouwelijk Frans.

De rol van Hélène is voor een dramatische coloratuursopraan in de typische vroege Verdi-stijl... type Odabella. Elaine Alvarez heeft het correcte timbre, maar belcanto is haar vreemd. Haar eerste aria, een ingetogen "Ave Maria", heeft weinig sfeer. Ze probeert wel mezza voce te zingen, maar een podiumbreed vibrato verstoort een egale lijn en geeft haar slottriller een uitgewassen Tuymans-aspect. Helemaal problematisch wordt "Quell' ivresse, bonheur suprême". Dat zou een zonovergoten vreugde-aria moeten zijn, maar het klinkt meer als een Abigaille-op-oorlogspad met stevige uithalen, snerpende hoge noten en twijfelende intonatie.

Gelukkig is er nog Marc Laho om de meubelen te redden. Dat zijn stem ondertussen ook dramatischere rollen aankan, heeft hij eerder al bewezen met een overtuigende Cavaradossi. Hij zingt een genuanceerde Gaston met een prachtige heldere, Franse stijl. Zijn cavatina "Je veux encore entendre" (beter bekend als de tenor-hit "La mia letizia infondere" uit I Lombardi) worden bekroond met mooie robuuste hoge noten. Hij was ook de zanger met het mooiste Frans van de hele bezetting...

Publicatie: woensdag 22 maart 2017 @ 8:57
Rubriek: Opera