Il Grand' Inquisitor

Matthias Goerne in De Munt

Roman Trekel en Antonio Pappano zouden een liedrecital met Schuberts Winterreise geven in De Munt. Maar omwille van gezondheidsredenen had Roman Trekel afgezegd en werd hij vervangen door Matthias Goerne... pianist en programma bleven ongewijzigd.

In eerste instantie was ik enigszins teleurgesteld aangezien ik graag Trekels Winterreise gehoord had en aangezien ik niet echt onder de indruk was van de Winterreise die ik Goerne vroeger al had horen zingen. Maar uiteindelijk is het een van de meest krankzinnige interpretaties van Winterreise geworden die ik ooit gehoord heb.

Het begon nochtans redelijk rustig. In Gute Nacht doet hij niet echt veel... er komt nog geen sluimerende woede over de verloren liefde naar boven, alles blijft nog redelijk neutraal. Ook in de volgende liederen lijkt hij nog niet te beseffen wat hem overkomen is en loopt wat doelloos door het winterlandschap.

De "Wanderer" wordt een eerste keer opgeschrikt in Der Lindenbaum op het moment dat de twijgen ruisen; dan zie je de angst op Goernes gezicht en slaat hij bijna in paniek als de lindenboom hem wenkt. De stoppen slagen pas echt door bij Auf dem Flusse. Eerst herinnert hij zich nog gelaten de aangename momenten die hij met zijn geliefde gekend heeft tot hij op het einde beseft dat hij haar veloren heeft, alhoewel hij nog van haar houdt.

Na een gejaagde Rückblick wordt hij door het dwaallicht weggelokt en hier begint de cyclus de dimensies van een gigantische waanzinsscène aan te nemen. Een waanzin waarbij hij niet meer weet of hij moet wenen of lachen en die een eerste keer culmineert in een spottende Frühlingstraum.

Het tweede deel van de cyclus wordt in een grote boog uitgevoerd zonder adempauzes tussen de liederen. In Die Post toont Goerne plots omslaande gemoedstoestanden, gaande van het eerste herkennen van de posthoorn tot de bitterheid als hij zich herinnert dat die post uit de stad van zijn geliefde komt.

Het eerste levende wezen dat hij tegenkomt is Die Krähe en ook hier brengt Goerne weer die zelfspot tot uiting op het moment dat hij de kraai vraagt of hij op zijn lijk zit te wachten. Het kan hem blijkbaar niet veel meer schelen... Letzte Hoffnung wordt volledig vanuit die optiek gezongen. De woede flakkert nog even op om terug te bedaren in Der Wegweiser.

Het slot is verrassend. Als hij Der Leiermann ontmoet, zingt Goerne dat heel beschrijvend zonder veel interactie met de draaiorgelman. Hij lijkt wel medelijden te hebben met hem en biedt hem eerder troost aan. Voor mij is het een slot waarbij de "Wanderer" - weliswaar waanzinnig geworden - voorlopig nog overleeft.

Ondanks een aantal technische onvolkomenheden - een onorthodoxe benadering van de hoge noten, een zo goed als onbestaand forte-zingen of een samengebalde klank alsof hij zingt met een knoop in zijn tong - slaagt Matthias Goerne er toch in om je mee te slepen op zijn tocht naar de ultieme waanzin.

De bijdrage van Antonio Pappano moet zeker niet onderschat worden. Hij benadert de partituur eerder vanuit het oogpunt van een "pianist" dan van een "liedbegeleider". De verschillende effecten die Schubert voor de piano voorzien heeft, worden op een heldere manier duidelijk gemaakt. Het licht ruisen van de bladeren in Der Lindenbaum of eerder het losbarsten van de storm in Der stürmische Morgen of het subtiel geluid van tranen die in de sneeuw vallen... het is allemaal niet mis te verstaan.

Deze aangrijpende uitvoering wordt uitgezonden door Klara op 15 januari en op 8 december door Musique3.

Publicatie: donderdag 7 november 2002 @ 7:38
Rubriek: Liedrecital