Il Grand' Inquisitor

Juliane Banse in Hohenems

Een zangeres van het kaliber als Juliane Banse maakt ook geen bezwaar om een reeks onbekende liederen in te studeren om zo al Schuberts liederen uitgevoerd te krijgen tijdens de Schubertiade. Ze werden aangevuld met liederen uit het ijzeren liedrepertoire. Martin Helmchen was de pianist.

illustratie
foto © Schubertiade

Het recital begon met liederen op gedichten van Matthias Claudius en eindigde met Goethe-liederen, tussenin hoorden we een allegaartje van bekende en minder bekende liederen.

Het bekendste Claudius-lied is uiteraard Der Tod und das Mädchen, waarmee Banse meteen bewees dat ze nog altijd over de magie bezit om kippenvel te bezorgen. De verschillende strofische liederen benaderde ze met de schaar... wat een goed idee is: twee strofen van Zufriedenheit of drie strofen van het Seidl-Wiegenlied of Freude der Kinderjahre zijn meer dan voldoende. Anderzijds zong ze wel alle vijf strofen van het meditatieve Abendlied, misschien omdat naar verluidt het Claudius' bekendste gedicht zou zijn. Banse begrijpt ook dat je humor heel serieus moet nemen. Het lied Klage um Ali Bey druipt van de ironie en voor het pathetisch geklaag doet Schubert er nog een schepje bovenop. Banse zingt het met een uitgestreken gezicht, maar ook met de nodige empathie.

Heel indrukwekkend was haar uitvoering van Hölty's macabere ballade Die Nonne. Het gaat over een ridder die verliefd is op een meisje dat ingetreden is in het klooster, maar aan wie hij toch eeuwige trouw beloofd heeft. Maar hij is haar al vrij snel ontrouw en zij laat hem vermoorden waarna ze zijn hart uit zijn lijf rukt, het vertrappelt en nadien als een geest komt spoken met het uitgerukte hart in haar handen. De tekst is er zo ver over dat het hilarisch wordt. Daarenboven is het onmogelijk om serieus te blijven bij de piano-versie van het vertrappelen van het hart. Maar toch zingt Banse de ballade alsof ze het meent. Grandioos ook hoe ze een regelrechte waanzinscène maakt van:

Die tiefen, hohlen Augen sprühn
Ein düsterrotes Feuer,
Und glühn, wie Schwefelflammen glühn,
Durch ihren weissen Schleier
...
Und rollt die Augen voller Wut,
Die eine Hölle blicken,
Und schüttelt aus dem Schleier Blut,
Und stampft das Herz in Stücken

En dat allemaal zonder verpinken én zonder partituur...

Maar het waren uiteraard de Goethe-liederen die de meeste emoties opriepen. De sfeer van het slot van Erster Verlust nam ze op briljante wijze mee naar het begin van Gretchen am Spinnrade. De evolutie van "sein hoher Gang" tot "sein Kuss" was een verfijnd voorbeeld van rubato om de verwachtingen en opwinding van Gretchen over te brengen. Voor Rastlose Liebe ging ze spijtig genoeg in opera-modus, maar de manier waarop ze Meeres Stille volledig mezza voce voordroeg, zorgde voor nog meer kippenvel.

Erlkönig wordt gewoonlijk niet echt geassocieerd met sopranen, maar Banse geeft een vrij overtuigende interpretatie. De vertolking van het angstige kind en de verleidende Erlkönig waren schitterend (al is er geen reden waarom ze "so brauch' ich Gewalt" moet roepen), de stem van de vader ligt wat moeilijker en draagt niet altijd.

Als bisnummer volgden nog twee Schubertliederen: het volkse Vaterlandslied behoort niet echt tot het repertoire, maar haar adembenemende Im Abendrot was een waardige afsluiter.

Publicatie: maandag 9 mei 2016 @ 8:27
Rubriek: Liedrecital