Il Grand' Inquisitor

Robert Holl in Schwarzenberg

In deze jubileum-Schubertiade mag Robert Holl uiteraard niet ontbreken. Hij is één van de laatst overblijvende actieve zangers uit de beginperiode. Het eerst jaar, in 1976, was hij er nog niet bij, maar in 1977 was hij een van de vijf zangers in een concert met meerstemmige Schubert-liederen... er bestaat zelfs een plaatopname van. Gisteren gaf hij een recital met Andras Schiff.

illustratie
foto © Schubertiade Schwarzenberg

Ze hadden het programma de titel "Unter goldnem Gezweig der Nacht und Sternen" meegegeven. Dat is een vers uit het oorlogsgedicht Grodek van Georg Trakl. Oorlogssituaties kunnen aanleiding geven tot heimwee en "Sehnsucht", twee typische Schubert-thema's. Maar ook de grens tussen leven en dood, in de romantiek gesymboliseerd door de avond en de nacht, is alomtegenwoordig. In Schuberts liedoeuvre is voldoende inspiratie te vinden om dit onderwerp verder uit te spitten. Dat deden ze met zes liederen voor en zes liederen na de pauze.

Ze begonnen met Das Heimweh - een lied over een "Gebirgssohn" die naar zijn "Heimat" verlangt (inhoudelijk verwant met Der Wanderer wat na de pauze kwam) - wat meteen de toon zette voor de avond. Het is waarschijnlijk ook geen toeval dat net dit lied gekozen werd: het heeft een, voor Schubert, ongebruikelijk lang piano-voorspel. Daarmee kon Andras Schiff meteen zijn piano voorstellen.

Hij had namelijk zijn eigen "Hammerflügel" meegebracht, een Brodmann uit 1820, die ooit nog eigendom geweest is van de laatste Hongaars-Oostenrijkse keizer Karl I. Het heeft een heel mooie klank, maar is zeer beperkt in volume. De Angelika-Kauffmann-Saal is dan wel Carnegie Hall niet, maar de balans was toch zeer problematisch. Zeker naast een zanger die nog altijd een stem met Wagneriaanse dimensies heeft.

Ik heb Robert Holl al een paar jaar niet meer gehoord, maar sinds zijn vorig optreden op de Schubertiade is zijn stem wel sterk achteruit gegaan. Zijn het de naweeën van de kanker die hij redelijk recent overwonnen heeft, of is het gewoon de leeftijd (hij werd dit jaar 68) waardoor de vocaal mindere dagen de overhand krijgen op de goede dagen ? Zijn stem kraakte een paar keer, in het eerste lied was zijn dictie niet altijd even duidelijk en er waren - vooral na de pauze - soms ook intonatieproblemen.

Hoedanook, Robert Holl is nog altijd een Schubertiaan in hart en nieren. Hij zingt Schubert zoals letterlijk niemand anders dat doet. Als hij Schubert zingt, dan lijkt het wel alsof hij op een andere planeet is. Als publiek heb je dan twee mogelijkheden: ofwel volg je hem op die reis... ofwel niet. In het eerste geval vraagt dat bijna evenveel inspanning van het publiek als van de uitvoerders. In het tweede geval hoop je op wat vrijblijvende Schubert-liederen, verveel je je te pletter en ga je na de pauze een pint drinken.

Het tweede lied van de avond, Glaube, Hoffnung und Liebe, is daarvan de perfecte illustratie. Het is een lied op een Bijbelse tekst, die later ook Brahms nog geïnspireerd heeft in Wenn ich mit Menschen uit de Vier ernste Gesänge. De drie centrale strofen behandelen de drie christelijke waarden geloof, hoop en liefde, maar het zijn de nuances in de twee buitenste strofen die respect afdwingen hoe hij die drie woorden zingt met een prachtig mooi mezza voce op "Liebe". Na de pauze zouden nog twee vergelijkbare religieuze, cantate-achtige liederen volgen met Hymne I en Der 13. Psalm.

Met Die Nacht kwamen we bij één van die lange Ossian-liederen waarop Robert Holl een patent heeft. Het is een lange beschrijving van de nacht met heel veel variatie en mogelijkheden tot vocale kleur. Maar ook de piano-partij leent zich tot uitgebreide klankschilderingen. En het is vooral in een lied als dit dat de 200 jaar oude piano te kleinschalig werkte. Hier verlangde ik echt naar de gebruikelijke Schubertiade-Steinway.

Naast de reeks onbekendere liederen stonden er ook een paar grote en bekende Schubertliederen op het programma, die toevallig allemaal tot mijn favorieten behoren. An den Mond in einer Herbstnacht is ook een reflectie over de eindigheid van het bestaan. In Der Wanderer was het Holls feilloze Schubertgevoel dat opviel. Voor het slot heeft Schubert namelijk de keuze gelaten om "das Glück" hoog te eindigen ofwel een octaaf lager. Holl koos terecht voor de hoge optie. Een helder gezongen "Glück" geeft, hoe contradictorisch dit ook mag klinken, een groter gewicht aan het belang van dat woord. De lage optie zou enkel een vocaal - ongetwijfeld indrukwekkend - effect zijn, maar iets dat niet bijblijft. Ze sloten af met het prachtige Der Winterabend waarin de innerlijke rust op ontroerende wijze overgedragen werd op het publiek. De stilte nadien kan enkel vergeleken worden met de stilte na een aangrijpende Winterreise.

Wat kan een zanger na een dergelijk programma nog zingen, zeker geen Forelle of Musensohn. Ik had eerlijk gezegd iets als Lied eines Schiffers an die Dioskuren verwacht. Maar ik was totaal niet voorbereid op het machtige Goethe-lied Grenzen der Menschheit of het troostende Das Zügenglocklein.

Publicatie: zaterdag 29 augustus 2015 @ 10:27
Rubriek: Liedrecital