Il Grand' Inquisitor

Kleiter en Prégardien in Schwarzenberg

Voor het tweede recital rond "Lieder aus dem Jahr 1815" had Julius Drake het duo Julia Kleiter en Christoph Prégardien opgetrommeld.

illustratie
foto © Schubertiade Schwarzenberg

In tegenstelling tot het recital met Steinberger en Bauer was er een beter evenwicht gevonden tussen bekende en minder bekende liederen. Ik vond het deel voor de pauze wel iets te eenvormig in de keuze van liederen: veel trage liederen die de eerste helft van de avond bijna tot een spirituele ervaring maakten.

Ze begonnen met vier liederen die Schubert op 15 oktober gecomponeerd heeft. Die dag schreef hij niet minder dan acht liederen, waarvan we er al twee - Skolie en Das gestörte Glück - een dag eerder gehoord hadden. 15 oktober was de naamdag van Therese Grob, de sopraan waar hij een jaar eerder verliefd op was geworden, wat hem inspireerde tot die acht liederen waaronder An die Geliebte en Labetrank der Liebe. Beide liederen werden door Prégardien gezongen.

Na zijn vocale heropstanding met Winterreise in juni, bevestigde hij zijn vorm met mooi legato en een vrije hoogte. Later op de avond zou hij nog zijn lange adem presenteren tijdens een onwezenlijke Meeres Stille, terwijl Drake met een pianississimo begeleiding de absolute, beangstigende rust uitdrukte, of met het subtiele Wandrers Nachtlied I.

Zijn vertelkunsten waren minstens even indrukwekkend in de drie balladen die hij zong. De Kenner-Ballade "Ein Fräulein schaut vom hohen Turm" was mij onbekend. Het is een typisch ridderverhaal met tot de dood strijdende ridders, een jonkvrouw die dood geschoten wordt en samen met haar onfortuinlijke redder begraven wordt. Trompetten, wapengekletter en marsdeuntjes stegen op uit Drakes piano. Der Rattenfänger is een stuk bekender, al is het maar van de Wolf-versie. Maar het was na een meeslepende vertolking van de grandioze Schiller-ballade Die Bürgschaft dat Prégardien terecht een open doekje kreeg.

Julia Kleiter kon me veel minder overtuigen. Op zich heeft ze wel een mooie ronde lyrische sopraan, maar het feit dat ik de helft van haar tekst niet versta, maakt haar minder boeiend als liedzangeres. Ze wordt helemaal onverstaanbaar in snellere liederen zoals Mein Gruß an den Mai of Die Fröhlichkeit. Het excuus dat onverstaanbaarheid meer eigen is aan sopranen, is uiteraard onzin... de twee andere sopranen deze week, Karg en Steinberger, hebben daar bijvoorbeeld geen last van.

Het tweede probleem dat ik met Kleiter heb, heeft te maken met haar basisexpressie. Ze zingt quasi-constant met een traan in haar stem. Dat larmoyant karakter past perfect bij liederen als Sehnsucht - ze zong D310, de eerste versie van "Nur wer die Sehnsucht kennt" - of Mignon, beter bekend als "Kennst du das Land". Maar die tranerigheid past veel minder bij de Biedermeier-erotiek van Der Morgenkuß en al helemaal niet bij Heidenröslein... toch niet voor de eerste strofe, over de twee andere valt te onderhandelen.

Samengevat, een recital met een uitstekende Prégardien en een halfslachtige Kleiter, die hun stemmen nog samenbrachten in twee bisnummers: het onweerstaanbare Licht und Liebe en Liebhabers Ständchen, de eerste vreemd eend in de Schubertiade... van ene Robert Schumann.

Publicatie: woensdag 26 augustus 2015 @ 12:35
Rubriek: Liedrecital