Il Grand' Inquisitor

Andreas Schmidt in Schwarzenberg

Het is al meer dan tien jaar geleden dat ik de bariton Andreas Schmidt nog gehoord heb, in de tijd dat de Vlaamse Opera nog liedrecitals programmeerde. Als ik me niet vergis, viel hij toen in voor een zieke Susan Graham. Maar na de manier waarop hij zich gisteren doorheen Schuberts Winterreise worstelde, had het gerust nog een paar tientallen jaren mogen duren vooraleer hij nog eens mijn pad kruist.

illustratie
foto © Schubertiade Schwarzenberg

Ik twijfel niet aan zijn goede bedoelingen. Maar met een versleten stem die niet mee wil, wordt Winterreise een wel heel lange cyclus. Het eerste lied, Gute Nacht, was al een teken aan de wand. Met dit lied kan een zanger de krijtlijnen uitzetten van zijn visie op het werk. In het geval van Andreas Schmidt viel er niets uit te zetten. Elke strofe was identiek qua uitdrukking of dynamiek, tekstinterpretatie was onbestaande. Elke zanger weet wel iets te doen met bijvoorbeeld de frase "Fein Liebchen, gute Nacht" - en dat kan variëren van liefde tot sarcarsme - behalve Schmidt.

Als hij dan toch eens iets doet, dan is het vaak misplaatst... zoals zijn huilende-wolf-in-het-bos op het einde van Wasserflut. Er is ook geen enkele reden waarom Rückblick volledig staccato zou moeten gezongen worden, tenzij eventueel het gejaagde van "Ich möcht' nicht wieder Atem holen, bis ich nicht mehr die Türme seh'". Maar om dat dan een heel lied vol te houden, is enigszins overdreven.

Maar het grootste probleem is zijn intonatie. Vanaf Gefrorne Tränen zat in zowat elk lied wel iets fout, soms zelfs heel veel. Hij werd wel heel creatief met zijn nootkeuzes toen hij de melismen van "Der Reif hatt' einen weißen Schein mir übers Haar gestreuet" uit Der greise Kopf probeerde te zingen.

Af en toe ging er toch eens iets goed. Gezien de rest van de avond waren Frühlingstraum en Der Leiermann zelfs uitmuntend te noemen. Wat hij ook fantastisch doet, is met pierende ogen in de verte kijken: op een bepaald moment denk je echt dat er ergens een wegwijzer onder het balkon staat of dat een draaiorgelman in de hoek van de zaal opduikt. Dit soort extraatjes zijn gewoonlijk de kers op de taart. Het is heel mager als er enkel een kers en geen taart is. Gelukkig was er nog Helmut Deutsch. Zijn pianobegeleiding had alle details en kleuren die zo schromelijk ontbraken bij Schmidt.

Publicatie: maandag 17 juni 2013 @ 18:44
Rubriek: Liedrecital