Il Grand' Inquisitor

La forza del destino in Antwerpen

De twee vorige Verdi-producties, Don Carlos en Aida, waren van de hand van Peter Konwitschny en die vond ik - al zijn de meningen daarover sterk verdeeld - uitstekend. Voor La forza del destino tapt de Vlaamse Opera uit een nieuw vaatje met regisseur Michael Thalheimer, die de macht van het noodlot letterlijk bloed-serieus neemt.

illustratie
foto © Annemie Augustijns

Het minste wat je van deze productie kan zeggen, is dat ze donker is. Het decor is volledig zwart, met een verzonken kruis in de achterwand, en blijft vaak in duisternis gehuld. Er zijn veel donkere kostuums, behalve de witte jurk van Leonora en de vuilwitte onderjurken van het vrouwenkoor tijdens de oorlogsscènes. Forza is niet de meest vrolijke opera, maar Verdi heeft wel een paar buffo-karakters voorzien, zoals de korte rol van Trabucco of de uitgebreide rol van Melitone. Het is een verdedigbare keuze om bijvoorbeeld de donderpreek van Melitone letterlijk te nemen en van hem een haast duivelse figuur te maken, maar daardoor zijn er wel nauwelijks rustpunten in de voorstelling.

Een - vermoedelijk onbedoeld - komisch moment is er wel tijdens het Sleale-duet van Vargas en Alvaro. Het koor volgt intens de woordenwisseling als ware het een tenniswedstrijd en terwijl kronkelt een waanzinnige Preziosilla met rollende ogen en demonische grijnslachen over het podium. Preziosilla krijgt in deze productie ook meer dramaturgisch gewicht dan gewoonlijk. Al in de herbergscène houdt ze Vargas' geheim voor zich en op het einde van de opera - als de helft van de bezetting ligt dood te wezen - bestijgt ze het kruis als een soort schikgodin en kijkt neer op het slagveld.

Het veelvuldig gebruik van bloed begint op de duur ook op de lachspieren te werken. De chirurg lijkt meer op een beenhouwer die net een varken gekeeld heeft. Na het eerste duel, komt Alvaro terug met zijn onderarmen druipend van het bloed, alsof hij eigenhandig Vargas' hart uit zijn borst gerukt heeft. Ook na het tweede duel komen de twee kemphanen druipend van het bloed het podium op. Opera in het algemeen en Forza in het bijzonder is niet altijd even realistisch, maar een regisseur moet nu ook niet overdrijven.

Maar de hamvraag blijft of het een goede productie is. Persoonlijk vind ik van wel, op die paar details na heeft de productie sfeer en een paar interessante invalshoeken. Spijtig genoeg is de bezetting niet helemaal op niveau.

Catherine Naglestad had eigenlijk in haar bed moeten zitten met een kom kippensoep. Voor de voorstelling kwam de aankondiging dat ze griep en koorts had, maar toch zou zingen omdat ze niet meteen een vervanging vonden voor haar Leonora. Het is natuurlijk delicaat om de oerversie uit Sint-Petersburg van 1862 te programmeren, want in verschillende scènes wijkt die wel beduidend af van de gebruikelijke Milanese versie van 1869. Hoedanook, ondanks haar toestand zong Naglestad een redelijke Leonora, soms voorzichtig en met meer gebruik van borststem dan normaal... maar ze liet wel de indruk na dat ze onder normale omstandigheden een meer dan behoorlijke Leonora zou kunnen zijn.

Mikhail Agafonov was eerder al geen fameuze Radames, maar zijn Don Alvaro is ronduit rampzalig. Zijn twee aria's - in de Sint-Petersburgversie heeft hij nog een tweede aria "Qual sangue sparsi" na het eerste duel - waren stijlloos en ze slepen zich voort zonder stuwing. Afgezien van zijn laag register, is zijn stem kleurloos waardoor het gevoel ontstond dat elke noot die hij zong naast de toon was. Ik was ook niet echt overtuigd van de Preziosilla van Viktoria Vizin, die me technisch benedenmaats leek. Josef Wagner is ondertussen een vast gegeven bij de Vlaamse Opera. Zijn inleving als duivelversie van Fra Melitone was goed, maar zijn stem klonk meer tenoraal dan bassig.

De twee andere lage mannenstemmen waren wel schitterend. Vladimir Stoyanov was live een even overtuigende Vargas als in de cinema-versie uit Parijs. Tijdens "Son Pereda" haperde zijn hoogte nog wat, maar de rest van de voorstelling zong hij met stijl, mooi gebruik van portamenti en intense vertolking. Christof Fischesser was tenslotte een nobele Padre guardiano met een kostbare basso cantante. Zijn optredens waren één van de weinige momenten van puur muzikaal genot.

Publicatie: donderdag 16 februari 2012 @ 19:38
Rubriek: Opera