Il Grand' Inquisitor

Pelléas et Mélisande in Madrid

De symbolistische opera Pelléas et Mélisande en de symboliek die Robert Wilson altijd in zijn regie steekt, lijken voor elkaar gemaakt te zijn. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat Gerard Mortier deze productie uit Salzburg, via Parijs, nu ook in het Teatro Real in Madrid programmeert. Later dit seizoen wordt ze trouwens nog eens hernomen in de Opéra Bastille.

illustratie

De typische ingrediënten van een Wilson-productie zijn genoegzaam bekend. Op een decorloos podium bewegen de zangers in een choreografie van minutieuze arm- en handbewegingen tegen een achtergrond van meestal blauwe kleurgradiënten. Gezichten en handen worden gevangen in een spot. Andere decorelementen, zoals een zon, de ondergrondse put of een venstertje, worden ook met licht gecreëerd. Wie ooit een Wilson-productie gezien, zal het bekend voorkomen. Esthetisch verzorgd, maar koel en klinisch, met weinig emotie.

Dat emotieloze wordt nog versterkt doordat er nauwelijks contact is tussen de protagonisten. Enkel in het vierde bedrijf, als Pelléas en Mélisande hun wederzijdse liefde bekennen, raken hun handpalmen elkaar even. Ook heel de slotscène van het derde bedrijf met Golaud en Yniold is onverwacht fysiek... naar Wilsoniaanse maatstaven.

Misschien net doordat er meer beweging is, is die scène ook vocaal het sterkst. De Golaud van Laurent Naouri is natuurlijk fenomenaal en ik hoef niets meer toe te voegen aan wat ik al eerder over hem schreef, zoals eerder dit jaar in de concertante opvoering in Parijs. Voor de Yniold hebben ze gekozen voor een solist uit het Tölzer Knabenchor. Ik heb vaak problemen met het bezetten van een knaap in die rol, ook nu... zeker als het een zangertje is waarvan het einde van de knapenstem nabij is.

Met Yann Beuron hoorde ik eindelijk nog eens een tenor-Pelléas. Ik weet wel dat de partij voor een lichte bariton geschreven is. Maar ik heb nu eenmaal een lichte voorkeur voor een Pelléas die zich vocaal duidelijk onderscheidt van Golaud - hij is nu eenmaal zijn veel jongere halfbroer. Beuron is een stijlvolle Pelléas met heel mooi Frans, maar waarbij toch een verrassende spanning hoorbaar is in de hoogte tijdens het slotduet met Mélisande. Die Mélisande was de sopraan Camilla Tilling. Haar Frans is iets minder verstaanbaar, maar vocaal is het allemaal heel verzorgd zonder dat ze echter emotioneel diep gaat graven... maar dat kan natuurlijk ook aan de productie liggen.

Publicatie: donderdag 17 november 2011 @ 9:46
Rubriek: Opera