Il Grand' Inquisitor

Wiener Blut in Wenen

Ongeveer vier jaar geleden, was hij al te horen in de creatie van Frühlings Erwachen in de Munt. Maar het is sinds zijn recente deelname aan de Koningin Elisabethwedstrijd en de tweede prijs die hij daar behaalde, dat Thomas Blondelle een BV van de klassieke muziek geworden is. Ondertussen heeft hij zijn vorige standplaats Berlijn ingeruild voor Wenen, waar hij gisteren zijn huisdebuut maakte aan de Wiener Volksoper als Graf Zedlau in Wiener Blut.

illustratie

Wiener Blut is een operette van het pastiche-type. De "Kapellmeister" van het Theater an der Wien, Adolf Müller, verzamelde een aantal van de bekendste melodieën van Johann Strauss (uiteraard de wals "Wiener Blut", maar ook "Morgenblätter" of "Wein, Weib und Gesang") en brouwde daar samen met de librettisten Viktor Léon en Leo Stein een verhaal rond. De operette ging in 1899 in première, enkele maanden na het overlijden van Johann Strauss.

Het verhaal gaat over Graf Zedlau, die getrouwd is met Gabriele. Maar aangezien hij nogal saai is - er stroomt geen "Wiener Blut" door zijn aderen - verlaat ze hem. Als ze aan het begin van de operette terugkeert, dan is hij toch veranderd dankzij zijn maitresse, de danseres Franziska Cagliari. Er is uiteraard ook een buffo-koppel uit de lagere standen, de mannequin/naaister Pepi en de kamenier van de graaf, Josef, dat voor nog wat extra amoureuze verwikkelingen zorgt. Na een hoop persoonsverwisselingen en misverstanden, loopt alles - hoe kan het anders ? - goed af.

Deze Wiener Blut is een nieuwe productie in een regie van Thomas Enzinger die de actie ergens rond 1900 plaatste. Bij de figuranten herkennen we een aantal typisch Weense historische figuren, zoals Sigmund Freud, Gustav Klimt, Sissi en Johann Strauss zelf. Deze Strauss is een levend gouden standbeeld, zoals ze ook regelmatig opduiken rond de Stephansdom, uiteraard geïnspireerd op het gouden Strauss-standbeeld in het Weens stadspark.

Het is een door-en-door Weense voorstelling waarbij de dialogen doorspekt worden met het Weens dialect. Vooral de fiakerkoetsier Gerhard Ernst, die een dag eerder Frosch speelde, spreekt zo'n plat Weens dat er letterlijk geen woord van te begrijpen valt... maar de Weners in de zaal lagen wel plat van het lachen. Als je toevallig in deze voorstelling terecht zou komen, dan moet ik aanraden om vooraf het programmaboekje te kopen om toch een idee van het verloop van het verhaal te hebben.

Thomas Blondelle sprak geen Weens als de Duitse graaf Zedlau, maar wel idiomatisch Duits. Vooraf werd aangekondigd dat hij na de generale uitgegleden was en een of ander ligament gescheurd had. Zijn danspassen waren dan begrijpelijkerwijze meer wat geschuifel dan echt gedans. Maar zingen deed hij wel goed. Hij heeft zijn onorthodoxe manier om de hoogste noten te halen en die klinken ook minder vol, maar voor de rest straalt zijn stem en vult hij met gemak de hele zaal.

Sieglinde Feldhofer maakte ook haar debuut aan de Volksoper in de rol van Franziska Cagliari en was voor mij de mooiste stem van de avond. Kristiane Kaiser was een wat kortademige Gabriele. Boris Eder zong een goede Josef en kreeg het meeste applaus. Renée Schüttengruber was met een te smalle stem wat minder als Pepi.

Publicatie: zaterdag 10 september 2011 @ 21:32
Rubriek: Operette