Il Grand' Inquisitor

Acis and Galatea in het PSK

Als er één werk is waar de "nymphs and shepherds"-stijl niet ongepast zou zijn, dan is het Händels pastorale opera Acis and Galatea wel. Maar dat betekent nog niet dat ik dat mooi vind. En spijtig genoeg kreeg ik vanavond iets te veel van die Engelse stijl te horen in het PSK.

Vooral de twee hoofdrollen werkten mateloos op mijn zenuwen. De sopraan Gillian Webster - ooit nog Contessa in de Vlaamse Opera - zong Galatea. Ze deed zoveel moeite om stilistisch juist te klinken dat het zo geforceerd en lelijk klonk dat ik het er zelf bijna van op mijn adem kreeg.

Benjamin Butterfield is uit hetzelfde hout gesneden, maar daar komt nog eens een portie onnauwkeurigheid bij. Zijn aria in het eerste bedrijf "Love in her eyes sits playing" was niet minder dan rampzalig. Voor "Love sounds th'alarm" in het tweede bedrijf had hij precies iets meer gerepeteerd - hij zong die aria ook zonder partituur - en het extra volume kon een en ander maskeren. Maar het kon niet verhullen dat het moeilijk, zo niet onmogelijk, is om op deze manier vocaal expressief te zingen.

Maar gelukkig was er Alan Ewing als Polypheme om de avond nog te redden. Zijn aria "O ruddier than the cherry" toonde aan wat met een echte stem uitgedrukt kan worden... en "Cease to beauty to be suing" - wat haast een cabaletta avant la lettre is - deed me pas echt op het puntje van mijn stoel zitten. Zijn laagste noten mochten misschien nog iets meer resonantie hebben, maar het was zo al indrukwekkend.

Marc Minkowski dirigeerde Les Musiciens du Louvre in zijn typsiche boetseerstijl. De koorpartijen liet hij door de solisten zingen, wat misschien al een experiment is voor de toekomst. In het interview dat vandaag in De Morgen stond, was onder andere te lezen dat hij zich ook aan Bach wil wagen en dat hij - Paul McCreesh achterna - de Passies ook wil uitvoeren met één zanger per partij...

Publicatie: dinsdag 17 februari 2004 @ 22:52
Rubriek: Opera