Il Grand' Inquisitor

Drie eeuwen opera in Kopenhagen

Het operaseizoen in Kopenhagen loopt van half augustus tot eind mei. Het begin van het seizoen viel toevallig samen met een congres waar ik voor mijn werk naartoe kon. Tijdens de week dat ik in Kopenhagen was, heb ik dan meteen van de gelegenheid gebruik gemaakt om drie operavoorstellingen mee te pikken in Det Kongelige Teater.

De eerste opera was Cosi fan tutte in een herneming van een productie van Mikael Melbye. Het is een relatief oude productie uit 1994 die het libretto braaf volgt... maar zonder oubollig over te komen. Het resultaat is een eerlijke en frisse enscenering, één die Mozart waarschijnlijk zelfs zou herkennen. Het enige originele kwam op het einde als de zes personages naar voor treden en op één lijn staand het slot zingen... wat enigszins aan Don Giovanni doet denken.

Zoals wel vaker gebeurt, zijn het de "kleinere" rollen die het meeste succes oogsten. Jonathan Veira houdt constant de touwtjes in handen als Don Alfonso. Terwijl Gisella Stille zich volledig kan uitleven in de verkleedpartijen als dokter en notaris... maar als Despina haar twee aria's meer dan behoorlijk zingt.

De twee zusters waren het zwakke punt van de bezetting, vooral tijdens het eerste bedrijf. Elisabeth Halling zingt haar "Smanie implacabili" als de tweelingszus van Donna Elvira. Ylva Kihlberg worstelt zich door "Come scoglio" met veel gebrul, hysterisch armengezwaai, slordige staccati en een lelijke stalen klank. In het tweede bedrijf is haar "Per pietà" wat beter... iets meer dynamiek maar zonder trillers en slaagt er niet in om in deze aria te ontroeren.

Hun twee geliefden brengen het er beter vanaf. Palle Knudsen is een wat bleke Guglielmo die niet al teveel indruk nalaat maar alles correct zingt. Ferrando wordt vertolkt door een stijlvolle Michael Kristensen met een stem die aan fluweel doet denken en geen problemen heeft met het legato van "Un aura amorosa", alhoewel hij soms wat te ruw affrazeert.

De dag nadien was het de beurt aan Wagner met Tristan und Isolde.

De bezetting werd gedomineerd door de lage stemmen. Om te beginnen die van König Marke (Stephen Milling) die een indrukwekkende en ontroerende monoloog zingt, maar vooral Randi Stene. Zij zet een schitterende Brangäne neer die nooit in de problemen komt met de balans ten opzichte van het orkest en een stroom geluid produceert waar geen einde aan schijnt te komen.

Tina Kiberg zit vocaal op het randje van Isolde, maar ze blijft zingen zonder haar stem te forceren. Tristan werd gezongen door Stig Fogh Andersen. Zijn stem liet hem twee keer in de steek, maar afgezien daarvan schijnt hij de rol ook te kunnen overleven...

Deze productie was ook een herneming, in een regie van David Pountney. Het decor bestond uit een grote ruimte met rondom een soort gordijnen met golven. De rest van de ruimte werd elk bedrijf anders ingevuld. In het eerste bedrijf zijn dat wat planken, masten en zeilen die Isolde's schip voorstellen. Het kasteel van Marke wordt in het tweede bedrijf gekenmerkt door een hoop muren en deuren in alle kleuren van de regenboog; heel dat "kasteel" staat dan nog eens op een draaiplatform dat bijna constant ronddraait... kwestie dat er toch iets gebeurt tijdens het liefdesduet. Het derde bedrijf wordt dan weer op een bijna lege scene gespeeld... enkel een roeibootje waarin de gewonde Tristan zijn monoloog ligt te zingen.

Alles bij elkaar was dit een productie die toch iets meer voldoening bracht dan Cosi.

Deze productie wordt trouwens in 2003 nog eens herhaald. Tijdens de laatste week van mei wordt het Kopenhaagse seizoen afgesloten met een Opera Festival rond Wagner en Strauss. De liefhebbers kunnen dan op vier dagen tijd achtereenvolgens Die Walküre, Arabella, Salome en Tristan und Isolde zien.

En dan zijn we aanbeland in de twintigste eeuw met de Deense componist Rued Langgaard. Alhoewel zijn "Kirke-Opera" Antikrist dateert van 1930 was dit toch de Deense premiere van het werk.

De opera heeft geen echte plot, maar bestaat hoofdzakelijk uit een aantal monologen die beschrijven wat het effect is van de Antikrist die losgelaten wordt op de mensheid.

Het is waarschijnlijk te gemakkelijk om te zeggen dat Langgaards muziek beïnvloed werd door Wagner. In zekere mate is dat ook zo, omdat sommige scenes nogal Wagneriaans aandoen qua orkestrale klank. Maar daarnaast wordt ook uitbundig gebruik gemaakt van klokken en orgel om "special effects" te creëren. Verder varieert de muziek van de bijna pastorale eerste scene tot een massieve muur van geluid wanneer God verschijnt. Dit alles leidt soms tot een muzikaal van de hak op de tak springen...

Deze voorstelling werd niet opgevoerd in de opera, maar in de "Ridebane" van Christiansborg: een lange rechthoekige manege die voor de gelegenheid was ingericht als een concertzaal.

Dit was een voorstelling die in de categorie "interessant" valt.

Publicatie: zondag 25 augustus 2002 @ 0:07
Rubriek: Opera