ti guarda dal Grande Inquisitor

Kölner Oper 2009-2010

De Bühnen der Stadt Köln staan voor ingrijpende renovatiewerken. De belangrijkste werken hebben betrekking op de theaterzaal. De oude zaal wordt volledig afgebroken en er zal een nieuw kubusvormig gebouw verrijzen aan de zuidkant van de Offenbachplatz.

FotoIn dat nieuwe gebouw zal ook de Kinderopera ondergebracht worden, waardoor de Yakult-Halle zal verdwijnen uit de foyer van het operahuis. In het operahuis zelf zullen ook allerlei renovatiewerken uitgevoerd worden. Aan de zuidkant van het operahuis, dus achter het nieuwe theatergebouw wordt een nieuw plein aangelegd. Onder dit plein worden technische ruimtes met werkateliers en repetitiezalen gebouwd. Wie meer wil weten, kan terecht op de website over de geplande werken.

De werken zullen drie jaar duren en in die periode zal de opera van Keulen uitwijken naar het Palladium in Mülheim, ten noorden van Keulen aan de andere kant van de Rijn. Maar voor het zo ver is, programmeren ze nog één seizoen in het huidige operahuis. De intendant Uwe Eric Laufenberg heeft een aantrekkelijk seizoen samengesteld, dat af en toe trekjes vertoont van een lang uitgerokken galavoorstelling.

Laufenberg is ook regisseur en samen met de chef-dirigent Markus Stenz tekent hij voor twee nieuwe producties. Ze openen het seizoen eind september met Die Meistersinger von Nürnberg met Robert Holl als Hans Sachs. Klaus Florian Vogt zal in één voorstelling Stolzing zingen. Astrid Weber is een nieuwe naam. Zij zal volgend seizoen, naast Eva, nog een paar andere rollen uit het "jugendlich dramatische Fach" zingen. Eind juni sluiten Laufenberg en Stenz het seizoen af met een nieuwe productie van Don Giovanni met Christopher Maltman in de titelrol en Maria Bengtsson (de meest recente Nozze-gravin in de Vlaamse Opera) als Donna Elvira.

Dietrich Hilsdorf zal een nieuwe La traviata regisseren. Er zijn twee opvoeringsreeksen gepland. In de winterperiode zullen Olga Mykytenko en Fernando Portari respectievelijk Violetta en Alfredo zingen; in de lente worden ze vervangen door Evelina Dobraceva en Daniil Shtoda. In maart vormen La voix humaine en Blauwbaards Burcht een originele "double bill" in een productie van Bernd Mottl. De opera van Keulen neemt ook Love and other demons op in het repertoire. Deze opera van Peter Eötvös werd vorig jaar gecreëerd tijdens het Glyndebourne Festival.

Foto

Bij de keuze uit hun repertoirestukken, mocht voor dit afscheidsseizoen hun paradepaard uiteraard niet ontbreken. Ze brengen twee volledige cycli van Der Ring des Nibelungen in de gevierde productie van Robert Carsen en met Markus Stenz als dirigent. Deze keer wordt het geen marathon-opvoering op één weekend, maar de meer gebruikelijke uitvoering gespreid over zes dagen met twee rustdagen. Greer Grimsley zal Wotan zingen en Evelyn Herlitzius is Brünnhilde. De Wälsungtweeling bestaat uit Lance Ryan en Astrid Weber. Stefan Vinke zal zowel de jonge als de oude Siegfried zingen. Matti Salminen zal te bewonderen zijn als Hagen.

De Carsen-productie van Macbeth wordt ook hernomen met Thomas J. Mayer als Macbeth en Dalia Schaechter als Lady Macbeth. Ze hernemen ook Don Carlo met Roberto Sacca (Don Carlo) en Catherine Nagelstad (Elisabetta). Matti Salminen en Nikolai Didenko wisselen af als Filippo II, net zoals Markus Brück en Thomas J. Mayer als Posa. In de bezetting van La boheme valt één voorstelling op met Anja Harteros als Mimi. De productie is van Willy Decker. Ze brengen ook L'Italiana in Algeri, geregisseerd door Jean-Pierre Ponnelle, met Ruggero Raimondi als Mustafa en Anna Bonitatibus als Isabella.

Afgezien van de twee Wagnerproducties staat er opvallend weinig Duits repertoire op het programma, behalve nog een voorstellingenreeks van Der Rosenkavalier in een productie van Günter Krämer (die ook de nieuwe Ring in Parijs gaat regisseren). Ze hebben drie alternerende Marschallins: Astrid Weber, Camilla Nylund en Kiri Te Kanawa.

Dit is slechts een greep uit het Keulse aanbod. Maar ik denk dat er voldoende redenen zijn om volgend seizoen ook af en toe eens naar Keulen te rijden of te sporen...

IGI - zaterdag 27 juni 2009 @ 17:40
Rubriek: Toekomstmuziek

Die Walküre in Kinepolis

De opera van Valencia en de Maggio Musicale Fiorentino in Firenze hebben de afgelopen jaren samengewerkt om een nieuwe Ring-cyclus te creëren. Aan de muzikale kant staat Zubin Mehta, terwijl La Fura dels Baus verantwoordelijk was voor de productie. Momenteel wordt de cyclus in zijn geheel opgevoerd in het nieuwe spectaculaire Palau de les Arts Reina Sofia in Valencia.

In het kader van Viva Europa werd de voorstelling van Die Walküre live naar allerlei Europese cinemazalen doorgestuurd. Ondanks de ongetwijfeld spetterende promotiecampagne, kwam ik pas gisteren te weten dat Kinepolis de voorstelling ook in één van hun Brusselse zalen zou vertonen. Zoals kon verwacht worden, was er een massale opkomst... ik schat dat de zaal voor ongeveer 20% vol zat (en dat is een zéér optimistische schatting).

Cinema-technisch was de vertoning niet van hetzelfde niveau als de Met-voorstellingen. Het beeld liep bijvoorbeeld een fractie van een seconde achter op het geluid, wat zeker bij close-ups storend werkte. In Spanje zat er blijkbaar ook een of andere technieker aan de geluidsknoppen, waardoor regelmatig het geluid van de zangers bijgesteld werd. Zeker tijdens de Walkurenrit ontaardde dit in een kakafonie van Hojotoho's. Maar ook Fricka klonk raar omwille van een brede kap die ze rond haar hoofd had. Daarenboven vond Kinepolis het blijkbaar ook nodig om hun scherm zo optimaal mogelijk te gebruiken en het beeld wat uit te rekken, waardoor iedereen er wat opgeblazen uitzag. Zelfs Marina Prudenskaja (de walkure Siegrune) zag er mollig uit, terwijl ze in werkelijkheid eerder een Tante Sidonia-figuur heeft.

Maar terug naar de voorstelling...

La Fura heeft twee heel onderscheiden werelden gecreëerd. Het eerste bedrijf speelt zich af in de pre-historie, of tenminste in een of andere primitieve maatschappij. De hut van Hunding en Sieglinde wordt gevormd door een cirkel van beenderen. Ze zijn gekleed in primitieve klederen, vooral Hunding ziet er uit als een neanderthaler, die zijn vrouw letterlijk aan de lijn houdt waardoor ze gedwongen wordt op handen en voeten te bewegen. Pas als Siegmund haar verlost van die strop, kan ze rechtop lopen. Siegmund en Sieglinde zijn duidelijk een tweeling met hetzelfde ruwe dreadlocks-kapsel.

De achtergrond van de scène wordt volledig ingenomen door een gigantische videowand. In het eerste bedrijf wordt logischerwijze het beeld gevuld door een gigantische boom. In het tweede bedrijf zien we vooral een sterrenhemel. De wereld van de goden is gebaseerd op science-fiction waarbij ik meteen aan "Star Wars" moest denken. Een bekend procedé van La Fura is om een soort bewegende wipplanken te gebruiken die door techniekers bestuurd worden en waarop telkens een zanger aan één uiteinde opgesteld staat en zo op en neer kan bewegen (in hun Toverfluit-productie hebben ze iets gelijkaardigs gedaan). Deze constructies verbeelden hier de paarden van Wotan en de walkuren.

In het laatste bedrijf zijn ook de typische Fura-acrobaten te zien. Als een gigantische slinger van Foucault slingert een bol heen en weer waarop de gesneuvelde helden hangen, die door de walkures opgepikt worden. Ik vond het geheel een interessant concept dat weliswaar een modern scènebeeld heeft, maar dat toch opvallend trouw blijft aan de geest van Wagners Ring. La Fura heeft een collage van hun productie op YouTube geplaatst (wel met gedeeltelijk andere zangers dan gisteren in Valencia):

De tweeling werd gezongen door Placido Domingo en Eva-Maria Westbroek. In tegenstelling tot zijn Siegmund vorige maand in de Met was Domingo nu niet ziek. Dat neemt niet weg dat ik nog altijd problemen heb met Domingo in het Duits repertoire. Puur vocaal blijft zijn stem nog altijd indrukwekkend klinken, alhoewel tegen het einde van het eerste bedrijf vermoeidheidsverschijnselen duidelijk werden met vooral een ingekorte adem en een haperend legato. Maar ik vind het Domingo-Duits hoogst onverteerbaar.

Op dat vlak is Westbroek totaal het tegenovergestelde. Zij zingt perfect verstaanbaar Duits, daarenboven is haar Sieglinde quasi-perfect. Het moment waarop ze bijvoorbeeld vertelt over Wotan die het zwaard in de boom kwam steken, is ongelooflijk intens met een spanningsboog die zich opbouwt tot prachtig stralende topnoten. Matti Salminen zong Hunding. Hij heeft alle noten om een dreigende Hunding te zingen met een overeenkomstige uitstraling.

De Brünnhilde van Jennifer Wilson vertoonde ook geen enkel moment van zwakte. Ik kon me echter nooit ontdoen van het gevoel dat vooral haar stem het meest hinder ondervond van de knopjesdraaiende geluidstechnici. Juha Uusitalo zingt tegenwoordig zowat overal Wotan. Ik weet niet hoe zijn Wotan in de zaal overkwam, maar het geluid dat ons, via de microfoontjes die tegen zijn kaak gekleefd waren, bereikte, was fantastisch. Hij zong een genuanceerde Wotan met gevoel en inleving, een verzorgde klank en een tekstinterpretatie waarmee hij kan uitgroeien tot een van de grote Wotans van het moment...

IGI - donderdag 25 juni 2009 @ 18:38
Rubriek: Opera

Król Roger in Parijs

Zowat het laatste wapenfeit van Gerard Mortier is om de Poolse opera Król Roger van Karol Szymanowski op het repertoire van de Parijse opera te plaatsen.

Foto

De productie is van Krzysztof Warlikowski met Kazushi Ono als dirigent. Mariusz Kwiecien zingt Koning Roger, zijn vrouw Roxana wordt vertolkt door Olga Pasichnyk en Eric Cutler zingt de herder (in deze productie eerder een hippie).

De voorstelling van 20 juni is "on demand" te bekijken op arte Live Web.

IGI - dinsdag 23 juni 2009 @ 19:43
Rubriek: Opera

Susan Graham in de Munt

Tijdens het vorig liedrecital in de Munt deed Philippe Jaroussky verwoede pogingen om ons te laten geloven dat hij Franse liederen kan zingen. Gisteren, liet Susan Graham horen hoe het wel moet. Het feit dat ze daarbij ondersteund werd door een van de belangrijkste liedpianisten van het moment, Malcolm Martineau, vergrootte enkel maar het succes.

FotoHun programma was hetzelfde als wat ze recent op CD hebben gezet met als titel "Un frisson français". Het is een bloemlezing van een eeuw Franse liederen die min of meer chronologisch werden opgevoerd met de 19de eeuw voor en de 20ste eeuw na de pauze. De liederen waren wel gegroepeerd in lichtjes samenhangende groepen. Daarbij kwamen een hele reeks componisten aan bod met bekende namen zoals Fauré en Debussy (elk met twee liederen) of Duparc en Ravel, maar ook veel minder bekende namen zoals Paladilhe, Caplet of Sauguet. Opvallende afwezigen waren Massenet... en vooral Berlioz.

Er waren een paar aanwijzingen dat Susan Graham niet helemaal tip-top was; een kuchje hier, eens stiekem slikken daar of een voorzichtige uitvoering van Chanson d'Avril als openingsnummer. Maar los daarvan was haar recital voorbeeldig. Ze zingt met een uiterst heldere tekstverstaanbaarheid en haar stembeheersing is ongelooflijk. Ze trekt prachtig lange legato lijnen, ze speelt met kleuren en dynamiek, terwijl ze nooit moet forceren om een punt te maken. Op elk moment is er dat fantastisch geruststellende gevoel dat ze nog bakken reserve heeft. Het enige minpuntje was dat ze heel af en toe bepaalde zinnen ook uitbeeldde. Dat mime-spelen had ze, wat mij betreft, achterwege mogen laten.

Een van haar grootste vertolkingen was ongetwijfeld Duparcs Au pays où se fait la guerre waarmee ze het eerste deel afsloot. Het is een lied waarin een vrouw eenzaam achterblijft omdat haar geliefde in een of andere oorlog is gaan vechten. Ze drukt die eenzaamheid op een schrijnende manier uit op het einde van het lied: "et moi toute seule en ma tour, j'attends encore son retour". Duparc heeft die laatste noot met een gewone forte genoteerd, maar Susan Graham bouwt die forte op met een fenomenaal crescendo vanuit piano en schreeuwt op die manier op een esthetisch maar even goed hartverscheurende manier die eenzaamheid uit.

In het eerste deel, waren er ook nog twee, minder bekende, nachtliederen - Nocturne van César Franck en Chère nuit van Alfred Bachelet - die even indringend waren. In deze liederen beperkt ze zich tot een zuiver mezza voce lijn vol spanning. Twee momenten om stil van te worden.

Na de pauze liet ze ook een andere kant van haar kunnen horen. Ze begon met twee recitatief-achtige vertellingen. In Ravels Le paon uit Histoires naturelles combineerde ze ironie en humor in de ijdelheid van de pauw. Daarna vertelde ze het bekende verhaal van Le corbeau et le renard in de compositie van André Caplet. Grappig was ook het verhaaltje van La souris d'Angleterre. Ze eindigde het 20ste-eeuwse luik met Poulenc en La Dame de Monte-Carlo. Een kleine geheugenhapering werd vakkundig door Martineau opgelost... voor de rest was dit ook een modeluitvoering met een slot waarbij je haar dankzij een lange diminuendo effectief in de zee van Monte-Carlo hoort springen.

Ze hielden het bij slechts één bisnummer, het onvermijdelijke A Chloris, waarmee het perfecte orgelpunt geplaatst werd aan het eind van dit opera- en liedseizoen. Wie dit liedrecital (opnieuw) wil horen, moet vrijdagnamiddag zeker afstemmen op klara. Veel beter dan dit zal je niet gemakkelijk te horen krijgen...

IGI - maandag 22 juni 2009 @ 18:55
Rubriek: Liedrecital

Lucrezia Borgia in Luik

In de Waalse opera zijn ze waarschijnlijk al aan het verbouwen en dus sloten ze het seizoen concertant af, met Donizetti's Lucrezia Borgia in "Le Forum". Alles bij elkaar vond ik het een futloze voorstelling, die ik na de pauze verlaten heb...

Er zijn een aantal redenen waarom de voorstelling me weinig kon begeesteren. De dirigent Paolo Arrivabeni kon weinig "schwung" uit het orkest halen. De kleine rolletjes waren grotendeels miserabel bezet, waardoor de voorstelling telkens stil viel als die hele collectie aan nobelen begon te zingen. De vier hoofdrollen waren ook variabel bezet.

De grote publiekstrekker was uiteraard June Anderson die voor de eerste keer Lucrezia Borgia zong. Ze heeft een paar gestieke tics die me stoorden. Zo brengt ze heel vaak haar hand naar haar oor - vermoedelijk om haar toon te zoeken - telkens als ze aan een coloratuurloopje moest beginnen of als ze een eenzame noot uit de lucht moest plukken. Dat zoeken naar de toon was misschien ook nodig, aangezien ik een vaag gevoel had dat ze in haar openingsaria regelmatig een fractie te laag zat. Maar desalniettemin is haar stem nog redelijk goed en dan vooral haar hoog register is opvallend sterk en genuanceerd. Ze kan ook nog mooi piano zingen. Als bijvoorbeeld die bende nobelen kabaal aan het maken zijn, dan laat ze een magische noot door de zaal zweven.

Ismael Jordi zong Gennaro met veel metaal in zijn stem. In zijn eerste aria waren er een paar vreemde passagio-momenten, maar dat vlakte zich zeer snel uit. Dankzij dat metaal heeft zijn stem wel een indrukwekkende squillo-klank, maar hij moet daarvoor inboeten aan kleur en vocale charme. Mirco Palazzi was een redelijke Alfonso, alhoewel hij geen echt diepe basnoten heeft en zijn hoogte ook maar mager overkwam. Marianna Pizzolato vond ik nog de meest aangename zanger van de avond in haar rol als Maffio Orsini.

Er is nog een voorstelling zondagmiddag. Zondagavond is deze Lucrezia Borgia ook te beluisten op Musiq3.

IGI - vrijdag 19 juni 2009 @ 19:50
Rubriek: Opera